Conclusie
1.Inleiding
2.Het eerste middel
Strafmotivering
3.Het tweede middel
Vordering tot schadevergoeding [benadeelde]
gederfd levensonderhoudals bedoeld in art. 6:108 BW Pro het volgende is overwogen:
toekomstigegederfde inkomsten wel vinden. Ik zie geen reden om in dat geval af te wijken van de zojuist weergegeven eisen die de Hoge Raad stelt in het kader van de beoordeling van een vordering tot vergoeding van gederfd levensonderhoud. Ook bij een vordering tot vergoeding van gederfde inkomsten wordt de hoogte van de schade begroot door het verschil tussen twee onzekere lijnen te bepalen (de in art. 6:105 lid 1 BW Pro genoemde “afweging van goede en kwade kansen”), namelijk de situatie zoals deze was geweest zonder het toegebrachte letsel en de situatie zoals deze zal zijn met het toegebrachte letsel. [6] Ook hier kan het dus gaan om een “vordering van complexe aard waarvan de omvang zich niet eenvoudig laat vaststellen” en waarbij “beantwoording van de vraag of en tot welk bedrag de benadeelde partij schade heeft geleden […] in hoge mate afhankelijk is van een veelheid van – deels onzekere – feiten en omstandigheden waarvan het stellen en onderbouwen op de weg ligt van de benadeelde partij” en ook hier speelt mee dat de benadeelde partij zich “kan voorzien van (gefinancierde) rechtsbijstand die (mede) gespecialiseerd is in de begroting en behandeling van die aanspraak”, terwijl zulke gespecialiseerde bijstand en een gelijkwaardige mogelijkheid tot financiering daarvan in veel gevallen aan de zijde van de verdediging ontbreekt.