ECLI:NL:PHR:2024:451
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt niet-ontvankelijkheid verdachte bij verstek in hoger beroep wegens juiste kennisgeving en aanwezigheid advocaat
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor openlijk geweld en stelde hoger beroep in via zijn raadsvrouw die een schriftelijke bijzondere volmacht had verstrekt. Het gerechtshof verklaarde de verdachte niet-ontvankelijk wegens het niet verschijnen in hoger beroep en het ontbreken van grieven. De dagvaarding in hoger beroep werd op meerdere adressen betekend, waaronder het BRP-adres van de verdachte en het kantooradres van zijn raadsvrouw.
De advocaat-generaal concludeerde dat het hof terecht verstek had verleend, omdat de verdachte tijdig was geïnformeerd en zich niet bereikbaar hield voor zijn raadsvrouw. De Hoge Raad besprak uitvoerig de toepassing van Richtlijn (EU) 2016/343, die het recht op aanwezigheid bij de terechtzitting regelt, en oordeelde dat het hof niet verplicht was het onderzoek te schorsen voor een nieuwe oproeping naar het kantooradres van de advocaat, omdat dit adres niet gelijkstaat aan het adres in de zin van art. 36g Sv.
De Hoge Raad benadrukte dat de verdachte de gebruikelijke maatregelen moet nemen om de dagvaarding te ontvangen en dat het hof zonder schending van het aanwezigheidsrecht de zaak buiten aanwezigheid mocht behandelen. Het cassatieberoep faalt en wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het verstekvonnis van het hof bevestigd.