Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
12 december 2023.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze strafzaak betreffende openlijke geweldpleging werd het hoger beroep ingesteld door een advocaat met een schriftelijke bijzondere volmacht. De dagvaarding in hoger beroep werd niet naar het kantooradres van de advocaat verzonden, maar aan een ander persoon op het woonadres van de verdachte. De verdachte was niet gedetineerd en stond ingeschreven op dat adres in de BRP.
De Hoge Raad onderzocht de toepasselijkheid van de artikelen 36g lid 1 sub c Sv en 450 Sv omtrent de verplichtingen tot toezending van dagvaardingen en oproepingen. De Raad onderscheidde de situatie waarbij hoger beroep wordt ingesteld via een griffiemedewerker met een schriftelijke bijzondere volmacht, waarbij het kantooradres van de advocaat als adres voor toezending geldt, van de situatie waarbij het hoger beroep niet direct na instellen wordt betekend.
De Hoge Raad concludeerde dat in deze zaak het kantooradres van de advocaat niet als adres in de zin van artikel 36g lid 1 sub c Sv geldt, en dat het achterwege blijven van toezending van de dagvaarding naar dat adres geen reden is om het onderzoek te schorsen. Het beroep van de verdachte werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; het niet toezenden van de dagvaarding naar het kantooradres van de advocaat leidt niet tot schorsing van het onderzoek.