ECLI:NL:PHR:2024:282
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep in ontnemingszaak wegens ontbreken van gronden en termijnklacht
In deze zaak gaat het om een cassatieberoep tegen een beslissing van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius, waarbij het wederrechtelijk verkregen voordeel van de betrokkene is vastgesteld en ontnomen. De betrokkene heeft drie middelen van cassatie voorgesteld.
Het eerste middel klaagt over het niet horen van bepaalde getuigen en het gebruik van hun verklaringen zonder mogelijkheid tot ondervraging. De conclusie stelt dat er geen feitelijke grondslag is voor het verzoek tot het horen van deze getuigen in de ontnemingsprocedure en dat het recht geen ambtshalve verplichting tot het scheppen van een ondervragingsmogelijkheid kent. Dit middel faalt.
Het tweede middel verwijst naar schending van art. 1:77 van Pro het Wetboek van Strafrecht van Sint Maarten en beroept zich op middelen uit de hoofdzaak. Dit wordt niet als een geldig cassatiemiddel beschouwd en blijft onbesproken.
Het derde middel klaagt over een schending van de redelijke termijn in hoger beroep, maar omdat de betrokkene en haar raadsman aanwezig waren en dit verweer niet eerder is aangevoerd, kan dit niet voor het eerst in cassatie worden ingediend. Ook dit middel faalt.
De conclusie adviseert de Hoge Raad om het cassatieberoep te verwerpen en ziet geen aanleiding tot vernietiging van de bestreden uitspraak.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de bestreden uitspraak blijft in stand.