Conclusie
II. Het verweer van de verdediging
Meer meer subsidiair
kantelkens wel juist zijn, de major en de feiten ook, maar de conclusie mag en kan
nietgetrokken worden.
De bewezenverklaring, bewijsmiddelen en bewijsmotivering in het bestreden arrest van 31 oktober 2023
1. Een proces-verbaal van aangifte met nummer PL1300-2015092870-6 van 23 april 2015, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 1] (doorgenummerde pagina’s A1 055-058).
het hof begrijpt: [slachtoffer 1]] als schoonmaker. Vandaag waren wij omstreeks 06.20 uur klaar met ons werk. Ik zag toen dat twee mannen naar binnen liepen. De ene man, NN1, betrof een negroïde man met een heel donkere huidskleur en korte dreadlocks. Zijn lengte is ongeveer 180-185 centimeter. Hij droeg een korte zwarte winterjas. De andere man, NN2, betrof een negroïde man met een lichtere huidskleur. Hij droeg een lange winterjas voorbij zijn knie in de kleur gebroken wit. Ik hoorde NN1 in het Engels tegen [slachtoffer 1] zeggen dat ze koffie wilden. Ik zei dat wij hen niet aan koffie konden helpen en dat wij op het punt stonden om weg te gaan. Nadat ik dit had gezegd liepen ze naar buiten. Kort daarop kwamen ze weer naar binnen. [slachtoffer 1] en ik stonden nog op dezelfde plek. NN1 vroeg hoe laat ze koffie konden krijgen. Ik zei dat zij pas om 08:00 uur koffie konden krijgen, als de golfclub opengaat. Dezelfde man vroeg mij of hij van het toilet gebruik mocht maken, waarop ik hem het toilet wees. Ik zag dat beide mannen in onze richting liepen. Ik zag dat NN1 een pistool in zijn hand had en op ons richtte. Ik zag dat NN2 op hetzelfde moment zijn jas openmaakte en dat er aan de voorzijde een groot vuurwapen zat. Ik zag dat het een lange zwarte loop had. Ik hoorde hem in het Engels zeggen dat hij een AK47 bij zich had en dat wij geen gekke dingen moesten doen omdat hij ons anders zou vermoorden. De mannen spraken Engels met mij en Nederlands met mijn collega [slachtoffer 1] . Onder bedreiging van hun wapens dwongen de mannen ons op onze knieën. Wij moesten allebei onze telefoon afgeven. Ik zag dat NN1 de telefoon van [slachtoffer 1] aannam. Ik had mijn telefoon op de grond gelegd. NN1 pakte ook mijn telefoon. De mannen vroegen ons of wij geld bij ons hadden, waarop wij hebben gezegd dat wij geen geld hadden. Zij vroegen ons naar de kluis. NN1 ging het pand doorzoeken met de sleutels van [slachtoffer 1] . NN2 bleef achter en hield zich op achter de deur van de ruimte waar wij ons bevonden. Ik hoorde dat [slachtoffer 1] huilde. Ik hoorde dat NN2 de deur openmaakte en [slachtoffer 1] waarschuwde dat hij stil moest zijn. Nadat het enige tijd stil was geweest, klopte ik op de deur van de ruimte waarin wij ons bevonden. Toen ik niets hoorde, heb ik de deur opengemaakt en ben ik met [slachtoffer 1] naar de uitgang gelopen. Daar zag ik een donkere auto wegrijden in de richting van Abcoude.
opmerking hof: Gelet op de opgegeven signalementen en het overige bewijs gaat het hof ook uit van hetgeen onder i) en ii) is vermeld].
het hof begrijpt: de [getuige 3]] op 4 mei 2015 gevraagd of iemand van zijn personeel een horloge is verloren. [getuige 3] antwoordde dat niemand een horloge verloren was, dat het aangetroffen horloge niet van één van zijn personeelsleden was en dat ook geen klant heeft gemeld een horloge te zijn verloren.
naar het hof begrijpt: van de afgeleide DNA-kenmerken-combinatie]is kleiner dan één op één miljard.
het hof begrijpt: de passagierszijde].Dit spoor betrof drie vingers met de vingertoppen naar beneden. Deze vingerafdrukken zijn veiliggesteld en voorzien van SIN-nummer AAID7403NL. Wij zagen dat de auto aan de binnenzijde beroet was en dat de stoel aan de bestuurderszijde brandschade vertoonde.
het hof begrijpt: gepleegd in die periode].
het hof begrijpt: 2015] gezien?
het hof begrijpt: de historische gegevens) van de telefoon van [verdachte] met nummer 06- [telefoonnummer 1] , is te zien dat hij op 3 mei 2015, tien dagen na de overval op de golfclub, om 17:10 uur contact opnam met [getuige 2] op nummer 06- [telefoonnummer 6] . Uit onderzoek is gebleken dat [getuige 2] een medewerker is van het restaurant [brasserie] , gevestigd in de [golfbaan] in Amsterdam. Hij is daar als kok in dienst.
het hof begrijpt: waarbij ik in beeld kom] is dat ik ben gaan zoeken naar wat er is gebeurd toen ik hoorde van de overval. Ik kom bij iemand die zegt dat hij ervan weet en dat hij alles weet. Hij heeft mij verteld hoe en wat. Ik hoorde dat er mensen naar binnen zijn gegaan met een wapen, dat ze uit de Bijlmer kwamen en hoe ze te werk zijn gegaan. Gewoon met posten. Ze wisten eigenlijk helemaal niks. Ze gingen alleen maar af op de schoonmaker die elke ochtend binnenkwam. Ik heb alleen gehoord wie ermee bezig zijn geweest. Diegene die me dat vertelde, heeft mijn telefoonnummer gegeven aan de persoon, die mij heeft gebeld. Dat heb ik aan hem gevraagd en toen zei hij ‘ja'. Degene die mij heeft gebeld, die heeft ‘het’ gedaan.
het hof begrijpt: van degene met wie [getuige 2] gesproken heeft].
het hof begrijpt: zichzelf] en zijn maatje. Zij wisten hoe laat de brasserie open ging. Ze hadden een vluchtroute bedacht omdat ze niet via de BijImer wilden. Hij [
het hof begrijpt: de overvaller] deed alsof hij een buitenlander was en hij sprak in het Engels. Ze hebben een kluis meegenomen. Ik dit alles gehoord van de bedenker van de overval, die ik wel ken, maar wiens naam ik niet wil noemen. Hij heeft mij verteld dat hij mijn telefoonnummer aan één van de overvallers heeft gegeven. Ik denk dat de overvaller daarom heeft geprobeerd mij te bellen. Ik heb geen contact gehad met de overvaller via de telefoon. Ik heb wel contact gehad met die twee jongens, waaronder de persoon die de overval heeft bedacht. Die andere jongen [
het hof: die [getuige 2] heeft ontmoet] had niet met de overval te maken. Ik heb gehoord dat ze het plan voor de overval met z’n vieren hebben bedacht. Ik heb gehoord dat er twee wapens zijn gebruikt bij de overval.
op pagina's B7-46 en B7-49,zakelijk weergeven en voor zover van belang, in:
meeten, 4/5 uur.
meeten,ik fix dit.
meetenaub, fix dat. Het is serieus dit, ik zweer het.
op pagina's B7-50 en B7-54, zakelijk weergeven en voor zover van belang, in:
het hof leest: [betrokkene 2]], [getuige 1] en nog iemand
het hof begrijpt: de politie] ‘dat’ hebben, dan hebben ze een heleboel, vanaf april. Weet je hoeveel…?
Bespreking van verweren
De door het hof overgenomen bewijsmotivering in het arrest van het hof van 1 augustus 2019
NJ2016/411, m.nt. Rozemond, haal ik het volgende aan: “Die kwalificatie is alleen gerechtvaardigd als de bewezenverklaarde – intellectuele en/of materiële – bijdrage van de verdachte aan het delict van voldoende gewicht is. Een en ander brengt mee dat wanneer het tenlastegelegde medeplegen in de kern niet bestaat uit een gezamenlijke uitvoering, maar uit gedragingen die met medeplichtigheid in verband plegen te worden gebracht (zoals het verstrekken van inlichtingen, op de uitkijk staan, helpen bij de vlucht), op de rechter de taak rust om in het geval dat hij toch tot een bewezenverklaring van het medeplegen komt, in de bewijsvoering – dus in de bewijsmiddelen en zo nodig in een afzonderlijke bewijsoverweging – dat medeplegen nauwkeurig te motiveren. Bij de vorming van zijn oordeel dat sprake is van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking, kan de rechter rekening houden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip”.
NJ2016/411, m.nt. Rozemond, overwogen: dat “de bijdrage van de medepleger in de regel [zal] worden geleverd tijdens het begaan van het strafbare feit in de vorm van een gezamenlijke uitvoering van het feit. Maar de bijdrage kan ook zijn geleverd in de vorm van verscheidene gedragingen voor en/of tijdens en/of na het strafbare feit. Ook is niet uitgesloten dat de bijdrage in hoofdzaak vóór het strafbare feit is geleverd. Zeker in dergelijke, in zekere zin afwijkende of bijzondere, situaties dient in de bewijsvoering aandacht te worden besteed aan de vraag of wel zo bewust en nauw is samengewerkt bij het strafbare feit dat van medeplegen kan worden gesproken, in het bijzonder dat en waarom de bijdrage van de verdachte van voldoende gewicht is geweest”.