Conclusie
de curatorrespectievelijk
[verweerder].
1.Feiten en procesverloop
de rechter-commissaris) rechter-commissaris in het faillissement van [verweerder] .
de woning). De woning behoort tot de failliete boedel. [2]
de dochter).
kopers), die de woning in oktober 2022 hadden bezichtigd maar toen geen bieding hadden uitgebracht, alsnog een bod wilden uitbrengen. De curator heeft dezelfde dag de woning van Funda laten verwijderen.
[betrokkene 1]), een nieuwe gegadigde, per e-mail aan de curator een onvoorwaardelijk bod op de woning uitgebracht van € 1.225.000,00 waarbij is aangegeven dat de woning na levering bewoond mag blijven (door [verweerder] en zijn vrouw). [4]
2.Procesverloop
De enige
griefis gericht tegen de overweging van de rechter-commissaris dat het niet mogelijk is een bevoegdelijk en met goedkeuring van de rechter-commissaris gesloten koopovereenkomst met een beroep op art. 69 Fw Pro ongedaan te maken. Volgens het appelschrift brengt de strekking van art. 69 lid 1 Fw Pro – het waarborgen van een behoorlijke behartiging van áller belangen – mee dat de rechter-commissaris de curator had kunnen bevelen om de koopovereenkomst te ontbinden.
De curator verkoopt activa op zodanige wijze dat de meeste kans bestaat op een zo hoog mogelijke opbrengst. Tenzij een bijzondere situatie daaraan in de weg staat, streeft de curator er daarbij naar een situatie van concurrentie te laten ontstaan tussen diverse gegadigden. De curator dient zich in het algemeen te oriënteren voordat hij het verkoopproces start en streeft een zo transparant mogelijk verkoopproces na. In geval van openbare verkoop draagt de curator zorg voor adequate publiciteit.“
3.Bespreking van het cassatiemiddel
eersteklacht berust op de lezing dat de rechtbank zich heeft begeven in een beoordeling van de door de rechter-commissaris op 30 januari 2023 verleende toestemming tot onderhandse (in plaats van openbare) verkoop
als zodanig. Het klaagt dat de rechtbank aldus heeft miskend dat met een art. 69 Fw Pro-verzoek niet kan worden opgekomen tegen een reeds verleende toestemming tot onderhandse verkoop als zodanig en dat de rechtbank [verweerder] niet-ontvankelijk had moeten verklaren. Daartoe wordt gewezen op het appelverbod van art. 67 lid Pro 1, derde volzin, Fw.
NJ1952/572 (Euroimpex) en HR 3 juni 1994, ECLI:NL:HR:1994:ZC1387,
NJ1995/341, rov. 3.3 (
Antillen/Komdeur).)
NJ1985/791).
als zodanig(ofwel het onderhandse karakter van de verkoop). Deze overweging verwijst kennelijk slechts naar het in die zaak voorliggende geval, waarin de bezwaren zich richtten tegen de persoon van de koper. [17]
in de zin van art. 176 Fw Pro. Weliswaar verwijt de rechtbank de curator te hebben afgezien van een nieuwe ‘openbare verkoopprocedure’, maar zij heeft hier kennelijk niet het oog op een openbare verkoop in de zin van art. 176 Fw Pro (veiling). Zij heeft slechts onderzocht of de bieding waarvoor de rechter-commissaris op 30 januari 2023 haar toestemming heeft verleend, tot stand is gekomen na een deugdelijk verkoopproces (rov. 2.9), waaronder zij verstaat dat een situatie van concurrentie wordt gecreëerd (rov. 2.11), in casu door het (opnieuw) uitnodigen van eerdere gegadigden (rov. 2.12) en nieuwe bieder [betrokkene 1] (rov. 2.14). De rechtbank heeft dus, kort gezegd, onderzocht of de onderhandse verkoop op een deugdelijke wijze tot stand is gekomen.
tweedeklacht houdt in dat de rechtbank buiten de grondslag van het verzoek van [verweerder] is getreden en aldus art. 24 Rv Pro heeft miskend. De
derdeklacht keert zich tegen de wijze waarop de rechtbank de toestemmingsbeslissing van de rechter-commissaris heeft getoetst.
Subsidiair klaagt het onderdeel dat, voor zover als zodanig niet zou zijn uitgesloten dat gebondenheid aan een bevoegdelijk gesloten en door de rechter-commissaris goedgekeurde overeenkomst via een artikel 69-verzoek ongedaan kan worden gemaakt, het oordeel van de rechtbank dat daar in het onderhavige geval concreet aanleiding toe bestaat onbegrijpelijk is zonder nadere toelichting, die ontbreekt.
NJ1943/351 was aan de rechter-commissaris verzocht om met toepassing van art. 69 Fw Pro een door de curator verrichte verkoop van twee vrachtwagens aan een ander dan de verzoekers nietig te verklaren. Uw Raad overwoog:
nietigverklaringgelden mijns inziens evengoed voor (een bevel tot)
ontbinding, nu de als gevolg daarvan te verwachten ontwrichting van het rechtsverkeer van de curator met derden niet wezenlijk anders is. Dit is ook in lijn met de ratio van art. 72 Fw Pro, die in de memorie van toelichting bondig is samengevat: ‘Hij, die met den wettelijken beheerder van den boedel handelt, moet veilig zijn tegen latere bestrijding.’ [24]
Faillissement Eurimpexoverwoog uw Raad ‘dat het rechtsmiddel, hetwelk belanghebbenden tegen den verkoop zelf onder omstandigheden,
indien tijdig aangewend, kan dienen, dat is van art. 69’ (
cursivering A-G). [25] De woorden ‘indien tijdig aangewend’ ondersteunen de opvatting dat niet langer met succes tegen de verkoop kan worden opgekomen nadat de overeenkomst tot stand is gekomen. Nadien heeft opkomen tegen de verkoop geen zin meer, omdat de koop niet kan worden aangetast. [26]
Zalco IIoordeelde uw Raad met betrekking tot een door curatoren gesloten vaststellingsovereenkomst in dezelfde lijn. In die overeenkomst hadden curatoren onder meer een verpanding erkend. De vraag was of art. 69 Fw Pro kan worden ingeroepen om aan curatoren te laten bevelen een faillissementspauliana (art. 42 Fw Pro) in te stellen. Uw Raad overwoog dat de vaststellingsovereenkomst de curatoren bindt en dat deze binding niet ongedaan kan worden gemaakt langs de weg van een op art. 69 Fw Pro gebaseerd bevel van de rechter-commissaris aan de curatoren, strekkende tot een (her)beoordeling van het paulianeuze karakter van de in de vaststellingsovereenkomst erkende derdenverpanding en zo nodig tot het inroepen van de nietigheid daarvan. [27]
onderdeel 3slaagt in het voetspoor van onderdeel 2.