Conclusie
adv.: mr. N.C. van Steijn
adv.: mr. J. van Duijvendijk-Brand
1.Feiten en procesverloop
de woning).
De omvang van de gemeenschap - activa’) heeft de man zich afgevraagd op welke wijze de vrouw in staat is de woning over te nemen, omdat zij op geen enkele wijze laat zien dat zij de woning in haar eentje kan financieren. Hij heeft gesteld dat de vrouw nooit een akkoord van de hypotheekbank heeft gehad en dus nooit in staat is geweest om de woning over te nemen, en dat de woning dan ook tegen de huidige waarde (€ 238.370) moet worden verkocht. Daarbij staat het de vrouw vrij de woning tegen de huidige waarde alsnog over te nemen, al is dat niet waarschijnlijk (nrs. 9-14). Onder de kop ‘
Wijze van verdeling van de gemeenschap’ heeft de man gesteld dat de woning niet kan worden toegedeeld aan de vrouw, omdat zij niet door middel van een hypotheekofferte heeft aangetoond de hypotheek te kunnen overnemen. Volgens de man zal de woning verkocht dienen te worden, aangezien beide partijen geen hypotheekofferte ter overname van de gemeenschappelijke woning kunnen overleggen. Indien de vrouw de woning wenst toegedeeld te krijgen, dient zij de kosten van de notaris te dragen, omdat ze als het ware het deel van de man koopt (nrs. 37-43). Hij heeft geconcludeerd dat de vorderingen van de vrouw dienen te worden afgewezen (nr. 70 en p. 13).
Wijze van verdeling van de gemeenschap’ heeft de man gesteld dat de woning aan de vrouw kan worden toegedeeld, mits de vrouw aantoonbaar de hypotheek kan overnemen. Zij dient dan ca € 20.000 aan de man te voldoen. Indien de vrouw de woning wenst toegedeeld te krijgen, dient zij de kosten van de notaris te dragen, omdat ze als het ware het deel van de man koopt (nrs. 73-74).
In het petitum in reconventie heeft de man gevorderd om de wijze van verdeling vast te stellen en, voor zover in cassatie van belang, te bepalen dat:
In het dictum heeft de rechtbank in conventie en in reconventie de woning aan de vrouw toegedeeld tegen een waarde van € 205.000 onder de verplichting voor de vrouw om de hypothecaire geldlening (per 1 december 2015 ad € 234.900) als eigen schuld te gaan voldoen en de man ter zake van deze geldlening te vrijwaren (rov. 4.1), met bepaling dat de kosten van levering voor rekening van de vrouw komen (rov. 4.2). [8] Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
primairdat deze wordt toegedeeld aan de man, onder de verplichting voor de man om de hypothecaire geldlening als eigen schuld te gaan voldoen en de vrouw ter zake te vrijwaren, en
subsidiairdat deze aan derden moet worden verkocht, met verdeling van de verkoopopbrengst bij helfte.
bij wijze van nieuw verweer’ op het standpunt dat de woning niet aan de vrouw, maar aan de man moet worden toegedeeld, althans (subsidiair) moet worden verkocht aan een derde. Het vorderen van toedeling van de woning aan de man was tijdens de eerste aanleg niet in de man opgekomen, omdat hij ervan uitging dat zowel de vrouw als hij de woning niet konden financieren. De vrouw heeft nog steeds niet onderbouwd dat zij dat kan, maar inmiddels is aan de man gebleken dat hij de overname wel kan financieren tegen de getaxeerde waarde van € 205.000, aldus de man (nrs. 9-19).
De conclusie van de memorie van grieven strekt tot vernietiging en vaststelling van de wijze van verdeling ‘
overeenkomstig de door de man daartoe ingestelde vordering.’ (p. 24).
“
Ten aanzien van de woning:
Als er een procedureel probleem is, dan moet de woning maar worden verkocht. Dat is in eerste aanleg ook subsidiair gevorderd. Het staat in de conclusie van antwoord, productie 1.
het bestreden vonnis te vernietigen en – opnieuw rechtdoende – de wijze van verdeling van de ontbonden gemeenschap vast te stellen zoals hij in eerste aanleg heeft gevorderd.”
De woning (grief 1)
manheeft in zijn memorie van grieven primair bepleit dat de woning aan hem wordt toegedeeld. Subsidiair heeft hij bepleit dat de woning aan derden wordt verkocht.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft hij zijn standpunt gewijzigd en desgevraagd alleen nog bepleit dat de woning wordt verkocht aan derden omdat hem is gebleken dat beide partijen de overname van de woning niet kunnen financieren.
vrouwheeft aangevoerd dat sprake is van een gedekt verweer door de man in de zin van art. 348 Rv Pro dat daarom moet worden verworpen. Volgens haar is er sprake van een afstand van recht, omdat uit de proceshouding van de man ondubbelzinnig voortvloeit dat het verweer tegen haar vordering om de woning aan haar toe te delen, is prijsgegeven.
hofbegrijpt de grief in het licht van de in de memorie van grieven en ter mondelinge behandeling gegeven toelichting aldus dat de man thans vordert dat de woning wordt verkocht aan een derde.
2.Bespreking van het principale cassatiemiddel
primair, dat de woning aan hem wordt toegedeeld en,
subsidiair, dat de woning aan derden wordt verkocht – tijdens de mondelinge behandeling zijn standpunt heeft gewijzigd en desgevraagd alleen nog heeft bepleit dat de woning wordt verkocht aan derden omdat hem is gebleken dat beide partijen de overname van de woning niet kunnen financieren.
Geklaagd wordt dat dit oordeel onbegrijpelijk is, omdat de man zijn standpunt niet ter zitting heeft gewijzigd en dit niet heeft bepleit, althans niet heeft gesteld dat hij de overname van de woning niet kan financieren (p.i. nr. 2). Volgens de man blijkt uit het proces-verbaal juist het tegendeel – zowel de advocaat van de man als de man zelf verklaart dat de man toedeling aan hem wenst [13] – zodat sprake is van een motiveringsgebrek [14] (aanvullende p.i., nr. 2). Ook heeft de man niet gezegd dat hij de woning in het geheel niet kan financieren, maar slechts dat voor partijen financiering voorlopig, alleen op
dat moment, niet mogelijk was (aanvullende p.i., nr. 3).