Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
[slachtoffer] :
[verdachte] :
[betrokkene 3] :
[betrokkene 7] :
[betrokkene 5] :
[betrokkene 4] :
eerste middelklaagt dat het hof in de bewijsvoering gebruik heeft gemaakt van een verklaring van een getuige, afgelegd bij de politie, terwijl de verdediging niet de gelegenheid heeft gehad om vragen te kunnen stellen aan deze getuige.
eerste middelfaalt.
tweede middelklaagt over de motivering van het bewezenverklaarde oorzakelijk verband tussen de gedragingen en de dood.
mogelijkedoodsoorzaak berust op een onjuiste lezing van de overwegingen van het hof. Ik verwijs naar de overwegingen van het hof onder het kopje ‘Dood van [slachtoffer] ’, zoals hierboven geciteerd onder randnummer 8. Het hof wijst er op dat de patholoog concludeert dat gelet op de situatie bij vinding, verdrinking als mogelijke doodsoorzaak dient te worden overwogen. Belangrijk is vervolgens wat in de forensische literatuur wordt beschreven met betrekking tot verdrinking als doodsoorzaak, te weten dat verdrinking als doodsoorzaak
nietkan worden vastgesteld bij sectie. Kortom de conclusie van de deskundige zal nooit zijn dat verdrinking de doodsoorzaak is, hooguit dat het als doodsoorzaak dient te worden overwogen. Nu volgens de deskundige verdrinking als doodsoorzaak dient te worden overwogen en nu een mogelijk alternatieve doodsoorzaak niet aannemelijk is geworden concludeert het hof dat de dood is ingetreden door verdrinking. De klacht mist daarmee feitelijke grondslag. Ten overvloede: in voorkomend geval behoeft enige onzekerheid over de doodsoorzaak het causaal verband nog niet uit te sluiten.
tweede middelfaalt eveneens.