Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
We kunnen niet vrij nemen wanneer we willen. Dat bepaalt hij (het hof begrijpt: de verdachte [verdachte]).
Hij heeft daar zeggenschap over.
Hij zei dat ik nooit weg kon gaan. Als ik weg zou gaan, zou ik onder de grond verdwijnen, hij zou me neerschieten, zuur in m’n gezicht gooien. Hij had z’n pistool hier liggen.
Ja, één keer zette hij het op m’n hoofd. Dat was een paar jaar geleden.
Ja, ik mag niks zonder toestemming doen.
Nee, hij pakt gewoon. Het contante geld. Soms, heel lang niet, dan opeens een groot bedrag. € 10.000,00 / € 20.000,00. Hij vraagt het niet.
Ja. Alles wat hij vergokt en wat hij heeft, is eigenlijk van ons.
A: Ja.
A: omdat er geen geld binnenkwam. Op het laatst voerde hij echt de druk op. Hij wilde dat ik achter het raam zou gaan werken. Ik ben naar Antwerpen gegaan. Ook een dag in Doetinchem. Dat was vijf weken na mijn bevalling.
A: Nee. Dat gaf ik ook aan, maar hij zei dat hij wilde dat ik dat deed, omdat we geen geld hadden.
A: Door er steeds over te praten. Hij had contact met [aangeefster 2]. Hij wist hoe hij dat moest aanpakken. In het begin zei hij dat [aangeefster 2] en de andere meisjes dat ook deden. Hij zei dat er niks mis mee was, dat we een mooi huis konden hebben, een autootje. Hij zei dat ik snel moest gaan. Ik kon geen nee meer zeggen en uiteindelijk ben ik gegaan. Hij wilde dat ik zo snel mogelijk ging. De druk van het continu pushen...
A: Ja, maar alleen met condoom en alleen seks. Alleen penetratie. Alleen doen waar je voor komt en oprotten. Zo noemde hij dat. Als ik daarvan zou afwijken, dan zou hij me het leven zuur maken. Zijn woorden waren altijd dat als ik niet luisterde, hij me zou verminken, zuur in me gezicht zou gooien, me zou vermoorden. Hij heeft me zo bang gemaakt, dat ik dat echt zou geloven. Als iemand naast je zit of ligt met een wapen en hij heeft je daar mee bedreigd.
A: Hij heeft het wapen één keer op me gericht. Hij zei dat als ik weg zou gaan, hij zichzelf, mij en de kinderen zou doodschieten. De keren daarna is het altijd mondeling geweest. Dat hij me met woorden bedreigde. Hij zei regelmatig dat als ik tegen hem zou liegen, of bij hem zou weggaan, dan zou hij me vermoorden en de kinderen ook en daarna hemzelf. Hij had het over eerwraak. Als ik dit werk zou doen als ik niet met hem zou zijn, dan zou hij iemand zuur in mijn gezicht laten gooien.
A: Ja, of ik moest het aan hem geven of ik moest het ergens leggen zodat hij het kon pakken. Dat heeft hij me zo aangeleerd. Hij zei dat hij het niet anders wilde zien. Het was de druk, de angst voor hem, zodat er nooit een ruzie zou komen. Daarom deed ik precies wat hij zei.
A: Ja, dat zag hij zo.
A: Elke dag werken. 24 uur hem laten weten wat ik deed, waar ik heen ging.
A: Dat moest ik elke dag afgeven. Ik heb twee jaar lang geen kleding kunnen kopen. Maar hij kocht wel dure merkkleding voor zichzelf. Overdag zat ik opgesloten op mijn werk en ‘s avonds zat ik opgesloten thuis.
A: Dat van de site ging via mail, want ik mocht niet bellen van hem. De mails kon hij allemaal lezen.
A: Als ik zei dat ik al 12 dagen aan het werk was en of ik een dag vrij mocht, dan zei hij dat ik pas 8 dagen aan het werk was. Hij bepaalde wanneer ik vrij mocht, wanneer ik mocht gaan slapen. Als ik niet luisterde werd hij boos.
A: hij leefde ervan, hij kocht er kleding van, zijn sieraden, zijn auto, zijn eten. Hij gokte ervan. Hij ging om de 2-3 dagen naar de kapper. Drie keer in de week naar de zonnebank. Altijd de nieuwste kleding en schoenen.
A: Ja, maar van mijn geld.
A: Zes dagen minimaal. Soms was ik maar één keer in de twee weken een dag vrij. Mijn werktijden waren van 11:00 uur tot 17:00 uur. Maar hij zei wanneer ik naar huis mocht. En rond kerst en oud en nieuw, dan moest ik dag en avond staan en geen dagen vrij.
A: B = bezet, voor 20 minuten.
KL = klaar, man is de deur uit binnen 20 minuten.
Bxx = 100 euro voor 30 minuten. X staat voor 50 euro.
Xxx = 45 minuten 150 euro.
Xxxx = een uur, 200 euro.
Vuistje = 100 euro.
+ = 50 euro.
X moest ik sturen als ik bezet was.
Half bingo = 500 euro.
Bingo Lingo = 1000 euro.
A: Hij.
A: Dat hij controle had. Als ik thuis was, schreef ik “ik ben th”.
A: Dat wilde hij. [aangeefster 2] heeft ze ook.
A: Hij zei altijd tegen mij dat het geld kostte als ik thuis ziek was. Zo zette hij me onder druk terwijl ik ziek was. Ik moest verplicht seks hebben met [aangeefster 2] erbij.
A: Omdat daar veel meer geld in te verdienen is.
A: [verdachte] praatte continue op mij in over prostitutie. Hij had het over [aangeefster 2] die ook in de prostitutie werkte. Hij voerde de druk enorm op. Ik werd zwaar bedreigd, ik werd gecontroleerd, de druk werd zo opgevoerd. Anderen hadden dat voor hem over zei [verdachte]. [verdachte] zei mij dat ik dat ook kon. Ik had zo’n zware zwangerschap en was helemaal op. Ik zat onder de morfine. Ik had geen kracht meer om ergens tegenin te gaan.
O: Na 6 weken ging je aan het werk. Op enig moment zal je je na je zwangerschap weer sterker voelen.
A: Den Haag, Utrecht en toen weer Den Haag.
A: Van 10:00 uur tot 19:00 uur. Soms 6 dagen, soms 13/14 dagen achter elkaar. Minimaal 6 dagen per werk. Het was heel zwaar. Het was vlak na mijn bevalling. Ik heb daar minimaal 4 maanden gewerkt.
V: Wat is de reden daar van?
A: [verdachte] wilde dat, omdat Antwerpen te weinig opbracht. Ik moest nog steeds alles doen hoe [verdachte] het wilde. Ik had geen zeggenschap.
A: Van 18:00 uur tot 00:15 uur of 00:45 uur. Altijd 6 dagen in de week en soms langer. Ik kreeg later maar 1 dag in de 2 weken vrij.
A: Vreselijk zwaar. Ik moest daar ‘s nachts werken.
A: Ik heb alles afgedragen aan [verdachte]. Dat ging niet met mijn toestemming.
A: Tot ik ben gevlucht. Ik heb daar vanaf augustus 2013 tot augustus 2017 gewerkt.
A: Ik heb alles afgestaan aan [verdachte].
A: Ja.
A: Geld aan hem (het hof begrijpt: de verdachte [verdachte]) geven. Met werk. Als ik vrij wou nemen, dan moest ik gewoon werken, ook al wou ik niet. Ik had dan geen zin, maar dan moest ik toch.
A: Als ik naar de winkel wou gaan of naar de zonnebank. Als hij nee zei, dan mocht het niet. Ik moest gewoon alles doen wat hij zei.
A: Door dat met het pistool. En ook door hoe hij op straat tegen mensen te keer ging. Als vrouw durf je daar dan niet meer tegen in te gaan.
A: Tot we gevlucht zijn.
A: Tatoeages.
A: Ja, met werk, het appen. Dat je bijvoorbeeld een B moest sturen als een klant er was voor een kwartier. BET Nx. Elk kruisje is 50. Als ik klaar was, moest ik een @ sturen.
A: Ja. Bepaalde dingen mocht ik niet doen. Zoenen of likken. Als klanten dat bij mij zouden doen. Beffen. Als hij erachter kwam, dan zou hij me wat aandoen. Dit was ietsje later. Zeg maar toen ik 6-7 maanden met hem ging. Ik moest gewoon naar hem luisteren.
Hoe ging je naar je werk toe? In het begin in Utrecht toen bracht [verdachte] me vaak. Ik ging ook wel vaker met de trein. Dat was in Utrecht. In Amsterdam was het hetzelfde. Hij bracht me wel eens, maar ik ging ook wel zelf. Maar ook wel met de taxi.
A: Op een gegeven moment zei ik wel dat ik iets anders wilde. Dan zei hij dat hij ging bepalen tot wanneer ik zou werken, dat ik makkelijk tot m’n 40e kan blijven werken.
A: Ik heb vijf (5) tatoeages van [verdachte] met Turkse tekst. In alle vijf de tatoeages, zit de naam “[verdachte]” verwerkt.
Tatoeage 2: tatoeage op linker onderarm.
Tatoeage 3: tatoeage op mijn onderrug.
Tatoeage 4: tatoeage op rechtervoet.
Tatoeage 5: tatoeage op linkervoet.
A: Ik moest van [verdachte] die tatoeages laten zetten. Zo konden anderen zien dat ik van [verdachte] was.
A: Tatoeage 1: 2009
Tatoeage 2: 2009 / 2010
Tatoeage 3: 2012
Tatoeage 4: 2013/2014
Tatoeage 5: 2014/2015
A: Ik moest er steeds een laten zetten van hem. [verdachte] zei mij dat anderen zo konden zien dat ik van hem was. Ik had er niets over te zeggen en heb het toegelaten. Ik had heel veel angst.
A: Het gaf mij een onveilig gevoel. [verdachte] had mij al eens eerder bedreigd ermee. Ik durfde daardoor [verdachte] niet meer tegen te spreken. Ik voelde mij niet fijn. Ik kon dat niet tegen [verdachte] zeggen. Ik moest alles doen wat [verdachte] wilde.
A: Ik ging mij anders gedragen. Ik had veel meer angst gekregen. Ik durfde [verdachte] niet meer tegen te spreken of mijn eigen mening te geven. Ik was bang voor de reactie van [verdachte].
V: Kun je daar wat meer over vertellen?
A: Dat ging met woorden. Of hij trok zijn riem uit zijn broek en wilde mij daar dan mee slaan. Of met woorden, als ik dan door zou gaan zou hij mij slaan. Of hij zei, ik laatje doodmaken, ik laat zuur in je gezicht gooien. Of probeer maar weg te gaan bij mij, dan zul je het wel zien.
A: Echt geslagen nooit, maar wel beetpakken. [verdachte] pakte mij dan bij mijn arm. [verdachte] heeft veel kracht in zijn armen en is groot. Hij pakte mij hardhandig aan. [verdachte] deed mij daar pijn mee.
A: Ik werkte voor mijzelf op het Zandpad. Na een jaar moest ik geld aan [verdachte] gaan geven. [verdachte] vroeg mij om mijn geld te geven en ik deed dat. De reden was dat ik heel bang voor [verdachte] was.
A: Door het bedreigen door hem. Door het karakter van [verdachte]. Ik werd angstig van [verdachte]. Ik deed daarom dingen die ik niet wilde.
V: Hoe verliep dat contact?
A: Als ik op mijn werk kwam moest ik [verdachte] appen. Ook als ik aan het werk was of naar de wc ging moest ik hem dat laten weten. Ook na elke klant moest ik [verdachte] laten weten wat ik verdiend had aan die klant.
A:
A: Omdat ik bang was. Als [verdachte] mij appte en ik zou niet reageren dan werd [verdachte] boos. Ik had heel veel angst. Ik moest van hem mijn telefoon opnemen of terug reageren op app’s. Ik heb het nooit zover laten komen dat ik niet reageerde.
A: Soms bellen via Face-time. Ik moest dan mijn telefoon aanlaten en verstoppen en dan kon [verdachte] meekijken met wat ik deed. Ik weet niet waarom [verdachte] dat wilde. Misschien om te zien hoe ik met klanten omging.
A: [verdachte] bepaalde welke bedragen ik aan klanten moest vragen.
A: In het begin mocht ik geen negers binnen laten van [verdachte]. Toen het slechter ging mocht ik dat weer wel.
A: [verdachte]
A: [verdachte].
A: Dat mocht ik niet van [verdachte]. Ik had zelf minder willen werken of als het niks was dat ik gewoon naar huis kon gaan.
A: Ik werkte van 21:00 uur tot 05:30 uur. In het weekend van 21:00 uur tot 09:00 uur. Bij het andere bedrijf van 20:00 uur tot 05:30 uur en in het weekend van 20:00 uur tot 08:00 uur. Ik werkte verder 6 dagen in de week en soms 7. Ook werkte ik wel eens 2 weken achter elkaar door.
A: [verdachte] zei ga het maar in Amsterdam proberen. Ik werkte als sekswerker achter het raam.
A: Van 19:00 uur tot 03:30 uur. In het weekend vanaf 19:00 uur tot 04:30 uur. Ik werkte 6 dagen in de week.
A: Van begin 2013 tot begin 2017. De periodes sloten naadloos aan elkaar aan. Ik zat niet thuis.
A: Amsterdam werd minder. Het was het idee van [verdachte]. [aangeefster 1] werkte in de SM in Den Haag en [verdachte] wilde dat ik ook SM in Den Haag ging doen.
A: Als sekswerker en SM-meesteres achter het raam in Den Haag.
A: Overdag van 10:30 uur tot 17:00 uur. Ik werkte 6 dagen in de week soms 7. Ik werkte overdag, omdat ik meer die SM wilde proberen.
A: Van maart 2017 tot augustus 2017, dus 5 maanden.
A: Aan [verdachte] gegeven.
A: Dat was niet met mijn toestemming.
A: Het was 2 of 3 februari 2016.
A: Bij [aangeefster 1] in [plaats], in haar huis.
A: Ik ben au-pair.
A: [aangeefster 1], ik noem haar [aangeefster 1], haar 2 kinderen en soms [verdachte]. Later is [aangeefster 2] er ook komen wonen.
A: [verdachte] (het hof begrijpt de verdachte [verdachte]).
A: Wat ik verder uit mijn optiek kon zien was dat [aangeefster 1] en [aangeefster 2] altijd verantwoording moesten afleggen aan [verdachte] over alles wat zij deden.
A: Voor zover ik kon zien wel. Ik zag ook dat [aangeefster 1] ziek werd. [verdachte] verplichtte [aangeefster 1] om zoveel te werken, daardoor werd [aangeefster 1] ziek.
A: Ja, [aangeefster 2] ook. [aangeefster 2] moest nachtdiensten draaien, altijd. Voor [aangeefster 2] en [aangeefster 1] was het een slechte situatie.
De chatgesprekken tussen [aangeefster 1] en [verdachte], die in de telefoon waren opgeslagen zijn van 30 maart 2017 te 18:19:16 uur tot 13 augustus 2017 te 11:42:46 uur. In de chatgesprekken wordt veelvuldig gebruik gemaakt van afkortingen, bepaalde woorden, danwel symbolen. [aangeefster 1] heeft hierover, in een verklaring bij de politie uitleg gegeven:
Een deel van de chat van 22 juli 2017, 82 berichten:
[aangeefster 1]: [aangeefster 1]
[verdachte]: [verdachte]
[verdachte]: Nee ga naar stad
: Den haag
: Mop
: Als je wil
: Parkeer benden media markt
[aangeefster 1]: T is goed
: En als je niks vind denhaag kan je ook vandaar naar Rotterdam
Mag je ook eten bij hunki
Een deel van de chat van 23 juli 2017, 76 berichten:
[verdachte]: Bel
[aangeefster 1]: KI
: half bingo
: nu opruim
En aankl
[verdachte]: T
Een deel van de chat van 4 augustus 2017, 137 berichten:
: KI
[aangeefster 1]: Ja ik ook niet
: Is vakantie tijd is uitgestorven hier mop
[verdachte]: Wat nu dan
: T kom
: Naar hius
[aangeefster 1]: Mijn mensen zijn op vakantie
[verdachte]: Huis
[aangeefster 1]: T hartje ff alles opruim
[verdachte]: Fuck jou mensen
: Aminakoyim (betekenis: ik neuk je kutje)
: Jou mense
[aangeefster 1]: Die bij mij komen
: Je snapt wat ik bedoel toch iedereen para weken erg
: Weg
: Ga nu opruim
[verdachte]: T
[aangeefster 1]: Nu naar auto [verdachte]
[aangeefster 1]: Rijden
[verdachte]: T
[verdachte]: Welke dagen en Waneer zij vrij is ik bepaal met haar
: Niet mee bemoeien
: T
[aangeefster 1]: T
: Heb kleintjes net gedoucht ga nu zelf douchen dan eten en dan met [hond] naar buit.
De chatgesprekken tussen [aangeefster 2] en [verdachte], die in de telefoon zijn opgeslagen zijn van: 10 augustus 2017 te 10:51:32 uur tot en met 13 augustus 2017 te 13:45:03 uur. In de chatgesprekken wordt gebruik gemaakt van afkortingen en symbolen. [aangeefster 2] heeft hierover een uitleg gegeven in haar aangifte:
Een deel van de chat van 10 augustus 2017:
[aangeefster 2]: [aangeefster 2]
[verdachte]: [verdachte]
[verdachte]: T
[aangeefster 2]: @
: “vuistje” “vuistje”
[verdachte]: T
[aangeefster 2]: Even alles in pk mop
[aangeefster 2]: Ry nu weg mop
: Th mop
: Nu na zonnebank
: Bij zonnebank nu
: Nu er onder mop
: Lo nu na huis mop
: Th mop
• De relatie tussen [verdachte] en [aangeefster 1];
• Het doorgeven van de verdiensten als prostituee van [aangeefster 1];
• Het vragen om geld of wat te doen met het geld door [aangeefster 1];
• Het aansturen van [aangeefster 1] door [verdachte] in verschillende situaties;
• Het aansturen van, [aangeefster 2] via [aangeefster 1] door [verdachte]
• Het werken terwijl [aangeefster 1] niet in orde is of ziek is geweest;
• Het werken terwijl, [aangeefster 2] niet orde was.
3.Beoordeling van de overige cassatiemiddelen
4.Beslissing
29 maart 2022.