Conclusie
1.Het cassatieberoep
2.De procedure
3.De beschikking
4.Het middel
niet buiten redelijke twijfel staatdat de klager als eigenaar van het in beslag genomen geldbedrag moet worden aangemerkt een onjuiste maatstaf heeft gehanteerd en de klager ten onrechte een bewijslast heeft opgedrongen. De rechtbank heeft verzuimd te toetsen of de klager
redelijkerwijs als rechthebbendeop het inbeslaggenomene kan worden aangemerkt.
niet buiten redelijke twijfel staatdat de klager
als eigenaarvan het in beslaggenomen geldbedrag moet worden aangemerkt’. Dit is echter het criterium dat de rechter moet toepassen bij de beoordeling van beslag dat is gelegd op de voet van art. 94a Sv. [7] Hoewel de rechtbank dus wel het juiste toetsingskader voorop heeft gesteld (zie hiervoor onder randnr. 4.6), heeft zij inhoudelijk aan het verkeerde criterium getoetst.