Conclusie
1.Inleiding
2.Algemene opmerkingen
De bewezenverklaring en de bewijsvoering van de feiten waarop de eerste drie middelen betrekking hebben
proces-verbaal van aangifte door [aangever] , namens het slachtoffer [slachtoffer], (…), opgemaakt en ondertekend door [verbalisant 1] , (…), inhoudende (…):
17 januari 2018 wilde ik de portemonnee pakken en zag ik dat deze niet meer in de kast lag. Mijn broer had hem niet gepakt. Toen ontdekten wij ook dat er een klapraam was opengebroken bij zijn slaapkamer en kwamen wij erachter dat er was ingebroken. Toen wij de pasjes wilden blokkeren bleek dat er al was gepind met het pasje van mijn broer. Er was al een bedrag van 4263 euro van zijn rekening gehaald.
proces-verbaal van bevindingen, (…), opgemaakt en ondertekend door [verbalisant 2] , (…), inhoudende (…):
proces-verbaal herkenning persoon door opsporingsambtenaar, (…), opgemaakt en ondertekend door [verbalisant 3] , (…), inhoudende (…):
proces-verbaal sporenonderzoek, (…), opgemaakt en ondertekend door [verbalisant 4] , (…), inhoudende (…):
[Opmerking AG: dit is het parketnummer in hoger beroep waaronder onder meer de in eerste aanleg gevoegde zaak met het parketnummer 05-880325-18 is geregistreerd].
4.De eerste drie middelen
[middel 1]) “(onder ‘zaak met parketnummer 05-880325-18’ en 1) als bewijsmiddel 2 heeft gebruikt een proces-verbaal van bevindingen inhoudend de herkenning van [de verdachte] als degene die onrechtmatige geldopnames doet op onder meer 15 januari 2018, terwijl de herkenning op deze datum niet redengevend is voor het bewijs en/of op onbegrijpelijke gronden, althans ontoereikend gemotiveerd, heeft geoordeeld dat alle beelden waarop opsporingsambtenaar [verbalisant 3] [de verdachte] heeft herkend pintransacties betreffen op 16 januari 2018 met de van aangeefsters broer gestolen bankpas en/of als bewijsmiddel 3 heeft gebruikt een proces-verbaal herkenning persoon door opsporingsambtenaar [verbalisant 3] , terwijl deze herkenning niet redengevend is voor het bewijs, zodat het arrest niet naar de eis der wet toereikend met redenen is omkleed.”
[middel 2]“(onder ‘zaak met parketnummer 05-880325-18’ en 1) onbegrijpelijk, althans ontoereikend gemotiveerd heeft geoordeeld dat tijdens de woninginbraak de pinpas van [slachtoffer] is weggenomen en/of het niet anders kan zijn dan dat [de verdachte] degene is geweest die in de woning van [slachtoffer] heeft ingebroken.”
[middel 3]“(onder ‘zaak met parketnummer 05-880325-18’ en 2) op onbegrijpelijke en/of ontoereikend gemotiveerde gronden bewezen heeft verklaard dat [de verdachte] de feiten tevens op 15 januari 2018 heeft begaan (derhalve ‘de periode van 15 januari 2018 tot en met’ heeft bewezenverklaard).”
op 16 januari 2018”. Het hof heeft echter verzuimd de datum van 15 januari 2018 te schrappen uit de voor het bewijs gebezigde onderdelen van het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 2] . De steller van het middel merkt terecht op dat dit proces-verbaal in zoverre niet redengevend is voor de bewezenverklaring. Tot cassatie behoeft dit niet te leiden. Gelet op de bewijsoverweging kan er geen twijfel over bestaan dat het hof aan deze misslag geen consequenties ten nadele van de verdachte heeft verbonden. Daarmee ontgaat mij het belang dat de verdachte bij deze deelklacht heeft.
De bewezenverklaring en de bewijsvoering van de feiten waarop het vierde middel betrekking heeft
proces-verbaal van aangifte door [betrokkene 1] , mede namens [betrokkene 2] (het hof begrijpt: [betrokkene 2] ), (…), opgemaakt en ondertekend door [verbalisant 5] (…) en [verbalisant 6] , (…), inhoudende (…):
proces-verbaal van verhoor slachtoffer, (…), opgemaakt en ondertekend door [verbalisant 6] , (…), inhoudende (…):
mutatierapport, (…), opgemaakt (…) door (…) [verbalisant 7] (als losse bijlage bij het dossier gevoegd), inhoudende (…):
proces-verbaal werktuigsporenonderzoek, (…), opgemaakt en ondertekend door [verbalisant 7] , Gecertificeerd Onderzoeker Werktuigsporen, (…) (als losse bijlage bij het dossier gevoegd), inhoudende (…):
proces-verbaal herkenning persoon door opsporingsambtenaar, (…), opgemaakt en ondertekend door [verbalisant 3] , (…), met als bijlage een foto (…), inhoudende (…):
[Opmerking AG: dit is het parketnummer in hoger beroep waaronder onder meer de in eerste aanleg gevoegde zaak met het parketnummer 05-880325-18 is geregistreerd].
6.Het vierde middel
25-2-2018 20:55:24”. Daarmee kan naar mijn mening niet worden gezegd dat uit het proces-verbaal van herkenning niet blijkt waar en wanneer de foto is genomen. Dat was op 25 februari 2018 in [plaats] . Opgemerkt zij dat uit de aangifte blijkt dat op 25 februari 2018 om 20:55 uur bij de ABN-AMRO bank in [plaats] € 250,- is opgenomen (bewijsmiddel 2).
De bewezenverklaring en de bewijsvoering van het feit waarop het vijfde middel betrekking heeft
proces-verbaal van aangifte door [betrokkene 3], (..), opgemaakt en ondertekend door [verbalisant 9] , (…), en [verbalisant 10] , (…), inhoudende (…):
proces-verbaal van verhoor van getuige [betrokkene 5], (…), opgemaakt en ondertekend door [verbalisant 10] , (…), inhoudende (…):
proces-verbaal van verhoor van getuige [verbalisant 11], (…), opgemaakt en ondertekend door [verbalisant 12] , (…), inhoudende (…):
proces-verbaal van verhoor van getuige [verbalisant 11], (…), opgemaakt en ondertekend door [verbalisant 9] , (…), inhoudende (…):
proces-verbaal van bevindingen, (…), opgemaakt en ondertekend door [verbalisant 13] , (…), inhoudende (…):
Als verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van de meervoudige kamer voor strafzaken van het Hof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Zwolle, van 24 september 2021, voor zover inhoudende zakelijk weergegeven:
[Opmerking AG: dit is het parketnummer dat in hoger beroep is toegekend aan de zaak die in eerste aanleg is geregistreerd onder parketnummer 08-092539-19].