Conclusie
1.Het cassatieberoep
2.Aanleiding en verloop van de procedure
De beoordelingHet klaagschrift is tijdig ingediend, immers binnen twee jaren na de inbeslagneming.
Parket bij de Hoge Raad
De zaak betreft een klaagschrift van klager tegen beslag op goederen die op zijn woonadres zijn gelegd naar aanleiding van Amerikaanse rechtshulpverzoeken. De rechtbank Oost-Brabant heeft het klaagschrift ongegrond verklaard en het beslag gehandhaafd. Klager stelde drie middelen van cassatie voor: onbevoegdheid van de rechtbank, onvoldoende motivering omtrent dubbele strafbaarheid en overschrijding van de beslistermijn.
De Hoge Raad concludeert dat de rechtbank terecht bevoegd was om te beslissen, ondanks dat de beslaglegging in een ander arrondissement plaatsvond, omdat klager geen belang had bij behandeling door een andere rechtbank. De rechtbank motiveerde voldoende dat aan het vereiste van dubbele strafbaarheid was voldaan, ondanks de geheimhouding van de Amerikaanse rechtshulpverzoeken. De overschrijding van de beslistermijn leidt niet tot nietigheid van de beschikking omdat geen sanctie is verbonden aan deze termijn.
De Hoge Raad vindt geen gronden voor vernietiging van de beschikking en verwerpt het cassatieberoep. De procedure toont het belang van vertrouwelijkheid bij internationale rechtshulp en het belang van zorgvuldige toetsing door de Nederlandse rechter.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het beslag blijft gehandhaafd.