Conclusie
1.Inleiding en samenvatting
2.Feiten
3.Procesverloop
.”
4.Bespreking van het cassatiemiddel
De DT 38 is aan [verweerster 1] verkocht door de vennootschap onder firma [C] V.O.F. (thans geheten: [A] v.o.f. ), die daarbij blijkens de orderbevestiging jegens [verweerster 1] handelde onder de naam [B]”). Omdat dit oordeel op zichzelf niet was bestreden moest in het eerste geding in cassatie, zoals ik heb opgemerkt in mijn conclusie in de eerdere cassatieprocedure onder 3.19, ervan uit worden gegaan dat de koopovereenkomst ter zake van de DT 38 is gesloten tussen enerzijds [A] (voorheen geheten: [C] v.o.f.) en anderzijds [verweerders] Door de gegrondbevinding door de Hoge Raad van onderdeel 3 van het cassatieberoep moest het hof na verwijzing opnieuw beoordelen of het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat [eiseres] voor het eerst in hoger beroep het verweer voert dat niet zij, maar [A] , partij is bij de koopovereenkomst. Het verwijzingshof heeft de toelaatbaarheid van dit verweer van [eiseres] opnieuw beoordeeld en heeft geoordeeld dat het opwerpen van dit verweer naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar was en dat grief 1 daarom niet slaagt. Met dit oordeel is de grondslag komen te ontvallen aan het hiervoor genoemde oordeel van het hof Arnhem-Leeuwarden dat de machine aan [verweerders] is verkocht door [C] V.O.F. (thans: [A] ). Dit oordeel bouwt immers voort op het vernietigde oordeel van het hof Arnhem-Leeuwarden dat het voor het eerst in hoger beroep opgeworpen verweer van [eiseres] dat zij geen partij was bij de koopovereenkomst, toelaatbaar was.
nietvast dat [A] in plaats van [eiseres] partij is bij de koopovereenkomst. Hierop stuiten beide onderdelen af.
subonderdeel 4.2dat het hof in rov. 3.57-3.67 heeft miskend dat een ‘beoordeling op basis van het dossier’ onvoldoende is voor een deugdelijk oordeel. Het subonderdeel voert aan dat het feit dat er te eniger tijd defecten zijn gerapporteerd nog niet maakt dat sprake is van een ondeugdelijk product; daarvoor is nodig dat die gebreken voortkomen uit een gebrekkige constructie en niet – bijvoorbeeld – door onoordeelkundig gebruik.
Derde rapport [deskundige 1] met commentaar op het rapport van de getuige deskundige d.d. 28 november 2016.
“Nee, er zijn veel aannamen gedaan, zonder dat deze onderzocht zijn.”
“Nee, zonder onderzoek kunnen dergelijke conclusies niet getrokken worden.”
“Zonder stroom op de machine kon slechts op enkele vragen van de rechter een antwoord worden gegeven. Het complete onderzoek is derhalve niet goed uitgevoerd.”
Nederlandse Jurisprudentie,waarmee het hof mag worden verondersteld bekend te zijn. Deze productie heeft derhalve geen enkele bewijsfunctie.