Partijen sloten op 5 juli 2002 een koopovereenkomst waarbij Goedvast Vastgoed BV alle aandelen van Duinzigt Woonservice B.V. kocht onder de afspraak dat het bedrijf schuldenvrij zou worden opgeleverd. Na de overdracht constateerde Goedvast dat er toch schulden en achterstanden waren, waarop zij schadevergoeding vorderde.
De rechtbank wees de schadevergoeding toe, het hof stelde na deskundigenonderzoek een bedrag vast dat [eiser] c.s. moesten betalen. [Eiser] c.s. voerden in cassatie aan dat het hof onvoldoende aandacht had besteed aan hun bezwaren tegen bepaalde schuldposten, zoals omzetbelasting en huurontvangsten.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof onvoldoende gemotiveerd had waarom het bepaalde schuldposten had overgenomen zonder eigen onderzoek en zonder voldoende in te gaan op de betwisting van [eiser] c.s. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak terug naar het hof Amsterdam voor verdere behandeling en beslissing.