ECLI:NL:HR:2011:BQ5098
Hoge Raad
- Cassatie
- E.J. Numann
- A. Hammerstein
- J.C. van Oven
- F.B. Bakels
- C.E. Drion
- Rechtspraak.nl
Verenigbaarheid beperkingsmaatregelen Wet herstructurering varkenshouderij met art. 1 lid 2 Eerste Protocol EVRM
De zaak betreft de beoordeling van de Wet herstructurering varkenshouderij (Whv) en de vraag of de beperkingsmaatregelen verenigbaar zijn met artikel 1 lid 2 van Pro het Eerste Protocol bij het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). De Hoge Raad verwijst naar eerdere arresten en bevestigt dat het verlies van mestproductierechten in beginsel geen schending van het protocol oplevert, tenzij bijzondere omstandigheden een buitensporige last voor individuele varkenshouders vormen.
In deze zaak heeft het hof onderzocht of de maatregelen van de Whv voor de betrokken varkenshouder, die in 1993 aanzienlijke investeringen deed ondanks ziekte, een onevenredige last opleveren. Het hof oordeelde dat door het verlies van 34% van zijn mestproductierechten en de onmogelijkheid om de investeringen te benutten, sprake was van een 'excessive and disproportionate burden'.
De Hoge Raad wijst klachten tegen dit oordeel af, omdat het gebaseerd is op een juiste rechtsopvatting en een waardering van feitelijke gegevens die niet door cassatie kunnen worden herzien. Tevens bevestigt de Hoge Raad dat het verlies van mestproductierechten niet als eigendomsontneming in de zin van het EVRM moet worden beschouwd, conform eerdere jurisprudentie.
De Hoge Raad verwerpt zowel het principale als het incidentele cassatieberoep en veroordeelt partijen in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat de Whv-maatregelen niet onverenigbaar zijn met het EVRM, maar dat individuele varkenshouders onevenredig kunnen worden getroffen.