Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
Overwegingen met betrekking tot het bewijs ten aanzien van het onder 1 meer subsidiair tenlastegelegde feit
het hof begrijpt: de telefoon van aangeefster) tussen middernacht en één uur 's nachts activiteit is en dat die zich door het netwerk beweegt. Op basis van de printgegevens kan worden gezegd dat in dit uur de mobiel zich op enig moment in de cellen 43771, 4154, 43776 en 56939 heeft bevonden. Uit een combinatie van de dekkingsanalyse en de printgegevens blijkt dat de mobiel rond middernacht vanuit de omgeving van het basisstation aan de [f-straat] in [plaats] zich naar het westen heeft begeven. [plaats] ligt westelijk van [plaats] . Verder blijkt dat de mobiel zich gedurende 25 minuten heeft bevonden in het dekkingsgebied van cell 4154, binnen het dekkingsgebied waarvan zich de [...] bevindt. En voorts blijkt daaruit dat de mobiel zich tussen 00.45 uur en 01.00 uur in oostelijke richting begeeft, richting [plaats] . Ook blijkt daaruit dat de mobiel zich tussen één uur 's nachts en negen uur 's ochtends bevond aan de westkant van [plaats] in het dekkingsgebied van cell 56393, en dat er dan geen actieve datacommunicatie meer plaatsvindt.
het hof begrijpt: het huis van haar oma) heeft medeverdachte [medeverdachte] de portierdeur geopend en heeft hij haar ondersteund, samen met verdachte [verdachte] . Hierbij hing aangeefster tussen beide verdachten in en leunde op hen. Medeverdachte [medeverdachte] heeft aangeefster bij haar armen vastgehad, vermoedelijk met een hand onder de oksel.
of(cursief door mij, D.P.) aan zijn waakzaamheid toevertrouwd of aanbevolen”.
‘Rechtstreekse schade’ (art. 51f, eerste lid, Sv; art. 361, tweede lid aanhef en onder b , Sv)