Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
middeldat de klacht bevat dat de vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel ontoereikend met redenen is omkleed.
Schatting van de hoogte van het wederrechtelijk verkregen voordeel
inclusiefbtw en bpm zijn weergegeven. Nu de exacte nieuwprijs - en daarmee de exacte besparingen die verdachte heeft gerealiseerd – niet met zekerheid zijn vast te stellen, zal het hof in het voordeel van verdachte uitgaan van de aanschafwaarde van € 45.000. Het hof zal de raadsman volgen in zijn schatting dat na ommekomst van 6 jaar en 5 maanden € 30.000 zal zijn afgeschreven van de nieuwwaarde van de auto. Anders dan de raadsman is het hof van oordeel dat dit een coulante schatting is.
€ 30.000.’
NJ2021/299 m.nt. Vellinga heeft Uw Raad het volgende overwogen over de bepaling van het wederrechtelijk verkregen voordeel bij witwassen: