Conclusie
eerste middelklaagt dat uit de gebezigde bewijsvoering met betrekking tot de feiten 1 en 2 niet kan worden afgeleid dat verdachte de dader is geweest.
10.Hetis kansloos.
tweede middelkomt op tegen de bewezenverklaring van feit 3 en klaagt dat uit de gebezigde bewijsmiddelen de pleegplaats niet kan worden afgeleid en voorts dat de bewezenverklaarde gedragingen niet “seksuele gedragingen” als bedoeld in art. 240b Sr opleveren. Een derde klacht richt zich tegen de kwalificatie en stelt dat niet is bewezenverklaard dat de verdachte een gegevensdrager heeft vervaardigd of in bezit heeft gehad, zoals dat nu juist wel uit de kwalificatie naar voren komt.
25.Hetfaalt in alle onderdelen.
derde middelhoudt in dat “het hof de benadeelde partij (…) ten onrechte ontvankelijk heeft geacht in de vordering tot schadevergoeding, althans die vordering ten onrechte en/of ontoereikend en onbegrijpelijk gemotiveerd volledig heeft toegewezen tot het bedrag van € 5.896,83 én aan verzoeker de schadevergoedingsmaatregel heeft opgelegd ter bevordering van vergoeding van de schade, nu de benadeelde partij zich niet conform de wettelijke vereisten heeft gevoegd in het onderhavige strafgeding, daar het 'voegingsformulier' bij de gedingstukken ontbreekt, en evenmin blijkt dat zij zich in hoger beroep opnieuw heeft gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering.”