Conclusie
Nummer20/03200
het hof geen begin van aannemelijkheid[ziet]
in het verweer van de verdediging dat er gebruik is gemaakt van de bijstand van een burgerinfiltrant (…) en dat er mogelijk met hem is samengewerkt om verdachte uit te lokken strafbare feiten te plegen.” Gelet op al hetgeen door en namens de verdediging is aangevoerd, is dat oordeel onbegrijpelijk dan wel ontoereikend gemotiveerd, aldus de steller van het middel.
in de kankerzooi zit” doelt op het feit dat de verdachte zich een hoeveelheid diazepamtabletten had toegeëigend en een partij MDMA-tabletten voor een ander onder zich hield en destijds verslaafd was aan diazepam. Ook heeft de raadsvrouw betwist dat sprake is van versluierd taalgebruik. Tot slot heeft zij aangevoerd dat het bij de verdachte aangetroffen briefje waarnaar de rechtbank in zijn bewijsoverwegingen verwijst, niet ziet op de productie van verdovende middelen maar op drugstests.