Conclusie
1.Het cassatieberoep
2.Het middel
Zijn vriendin was erbij. [verdachte] haalde mij in. We kwamen elkaar op de [a-straat] tegen. Hij stapte uit de auto en sloeg mij in elkaar.
Ik hoorde getuige zeggen dat de 2 personen als beesten op de andere man insloegen en schopten. Ook verklaarde zij dat de man die belaagd werd meerdere malen tegen zijn hoofd geschopt is.
Op het moment dat we in de auto, een zwarte Ford Focus, waren gestapt en weg wilde rijden, verscheen [aangever] voor onze auto. Op dat moment gooide [aangever] zijn fiets op de motorkap van de auto van [verdachte] . [aangever] is op een gegeven moment keihard weg gefietst.
[verdachte] wilde verhaal gaan halen. [verdachte] is achter [aangever] aangereden. Op de [a-straat] , onder aan de brug kwamen we [aangever] tegen. [verdachte] zette toen zijn auto aan de kant, stapte uit en vroeg aan [aangever] waarom hij dit allemaal deed. Ik ben ook uitgestapt om te kijken wat er aan de hand was. Er ontstond een worsteling. Het was duwen en trekken. Wel werd er geschopt.
[verdachte] wilde hem niet binnen laten. Toen hij [aangever] de deur gewezen had, draaide [aangever] helemaal door. [aangever] begon met zijn fiets tegen de auto van zijn oom te slaan en te schoppen. Hij is achter [aangever] aangereden met de auto tot onder de brug. Zijn vriendin [getuige 2] was daarbij. Toen [aangever] op de grond lag zijn ze weggereden.”
In voorkomende gevallen kan in de beoordeling voorts worden betrokken of restschade aanwezig is, in het bijzonder in de vorm van één of meerdere littekens. Daarbij kunnen van belang zijn het uiterlijk en de ernst van het litteken en daarmee samenhangend de mate waarin dat litteken het lichaam ontsiert, en eventueel of in verband met dat litteken – langdurige – pijnklachten (hebben) bestaan.