Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Aan de beoordeling van het eerste middel voorafgaande beschouwing
3.Beoordeling van het eerste middel
4.Beoordeling van de overige middelen
5.Slotsom
6.Beslissing
3 juli 2018.
Hoge Raad
In deze zaak staat de kwalificatie van het toegebrachte letsel als zwaar lichamelijk letsel centraal. De verdachte werd ervan beschuldigd samen met een ander het slachtoffer te hebben mishandeld door hem met de vuist in het gezicht te slaan, waarbij een gebroken kaak en een afgebroken tand werden toegebracht.
De Hoge Raad bespreekt uitgebreid het begrip zwaar lichamelijk letsel, waarbij wordt verwezen naar eerdere jurisprudentie en de wetsgeschiedenis. Er wordt benadrukt dat zwaar lichamelijk letsel niet strikt is gedefinieerd, maar dat factoren zoals de aard van het letsel, het noodzakelijke medisch ingrijpen en het uitzicht op herstel doorslaggevend zijn.
Het hof had het letsel als zwaar gekwalificeerd, maar gaf geen voldoende gemotiveerde onderbouwing omtrent de noodzaak en aard van het medische en tandheelkundige ingrijpen, noch over het uitzicht op herstel. Hierdoor is de bewezenverklaring onvoldoende gemotiveerd volgens de Hoge Raad.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest voor zover het de bewezenverklaring en strafoplegging betreft en wijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde beoordeling. Het beroep wordt voor het overige verworpen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering omtrent zwaar lichamelijk letsel en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.