Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
gegeven, AG]
initiatiefmede bij verdachte;
cruciale informatieverschaft voor de uitvoering;
drukom snel tot uitvoering over te gaan;
verschaffen instrumenta delicti;
begeleidingnaar plaats delict;
afspraken verdeling buit;
contact na delict.
enintellectuele bijdrage van voldoende gewicht om te kunnen spreken van medeplegen. Voor zover de steller van het middel niet alle factoren benoemt of meent dat één enkele factor nog niet toereikend is voor medeplegen, meen ik daaraan geen aandacht te behoeven besteden. Het hof heeft een veelheid aan factoren in aanmerking genomen en dan is het van geen belang dat één daarvan op zich zelf ontoereikend is voor medeplegen. Als ik de steller van het middel goed begrijp, dan rijst nog de vraag of de in de bewijsoverweging opgesomde feiten in die overweging wel allemaal kunnen worden toegeschreven aan zowel verdachte als aan zijn medeverdachte, zoals het hof heeft gedaan. Worden de vaststellingen in de bewijsoverweging wel volledig ondersteund door de bewijsmiddelen? Ik merk op dat in ieder geval de stelling van de verdediging dat verdachte slechts aanwezig was zonder enig idee te hebben waarover het ging in de bewijsoverweging uitdrukkelijk is verworpen, omdat het volgens het hof niet geloofwaardig is en niet strookt met de gedetailleerde verklaringen van de uitvoerders.