ECLI:NL:HR:2011:BP6581
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- W.F. Groos
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt medeplegen bewezenverklaring wegens onvoldoende nauwe samenwerking
De verdachte, eigenaar van een growshop, werd door het hof veroordeeld voor medeplegen van het opzettelijk verkopen van hennepplanten en stekken in de periode van november 2005 tot juni 2006. Het hof baseerde zich op getuigenverklaringen, vondsten van hennep en geldbedragen bij doorzoekingen, en stelde dat verdachte verantwoordelijk was voor de activiteiten in zijn zaak en zeggenschap had over zijn medewerkers.
De verdachte stelde cassatieberoep in tegen deze bewezenverklaring. De Hoge Raad overwoog dat de artikelen 47 tot en met 51 van het Wetboek van Strafrecht diverse vormen van strafrechtelijke aansprakelijkheid bieden, waaronder medeplegen, dat vereist dat sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking met anderen.
De Hoge Raad oordeelde dat uit de bewijsvoering van het hof niet volgt dat verdachte zo nauw en bewust met anderen heeft samengewerkt dat sprake is van medeplegen. De omstandigheden dat verdachte eigenaar was en zeggenschap had over medewerkers zijn onvoldoende om medeplegen aan te nemen. Daarom is de bewezenverklaring omtrent medeplegen ontoereikend gemotiveerd en vernietigt de Hoge Raad dit deel van het arrest.
De zaak wordt terugverwezen naar het hof te 's-Hertogenbosch voor hernieuwde berechting en afdoening van dit onderdeel. Het beroep wordt voor het overige verworpen. De Hoge Raad bevestigt hiermee het belang van een duidelijke en voldoende gemotiveerde bewijsvoering bij medeplegen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de bewezenverklaring van medeplegen en verwijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde beoordeling.