ECLI:NL:PHR:2021:853
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vervangende hechtenis bij taakstraf mag duur voorwaardelijke gevangenisstraf niet overschrijden
In deze zaak bevestigde het gerechtshof Den Haag de veroordeling van verdachte wegens bedreiging en eenvoudige belediging, maar wijzigde de strafoplegging door een taakstraf op te leggen in plaats van de eerder opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf. Het hof legde een taakstraf van 60 uur op, met een subsidiaire vervangende hechtenis van 30 dagen, wat langer is dan de niet tenuitgevoerde gevangenisstraf van twee weken.
De procureur-generaal bij de Hoge Raad stelde dat deze vervangende hechtenis de duur van de niet tenuitgevoerde straf niet mag overschrijden, conform de uitleg van de wet en eerdere jurisprudentie. Dit vormt een onmiddellijk kenbare fout die door het hof zelf had moeten worden hersteld.
Daarnaast werd een middel verworpen dat stelde dat het recht op een redelijke termijn was geschonden, omdat de overschrijding van de inzendtermijn onvoldoende was om strafvermindering te rechtvaardigen.
De Hoge Raad vernietigde daarom het deel van het arrest dat de duur van de vervangende hechtenis betreft en bepaalde dat deze maximaal twee weken mag bedragen, gelijk aan de niet tenuitgevoerde gevangenisstraf. Voor het overige werd het beroep verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het deel van het arrest dat de duur van de vervangende hechtenis betreft en beperkt deze tot twee weken.