Conclusie
1.Inleiding
2.Het verzoek
primairdat het als partij mag tussenkomen,
subsidiairdat het als belanghebbende in de verzoekschriftprocedure wordt toegelaten,
meer subsidiairdat het zich als partij mag voegen aan de zijde van NCC.
Parket bij de Hoge Raad
In deze zaak gaat het om een incident in cassatie waarbij het International Oil Pollution Compensation Fund 1992 (het Fonds) verzoekt om tussenkomst, toelating als belanghebbende of voeging in een procedure tussen National Chemical Carriers Ltd. (NCC) en diverse verweerders over aansprakelijkheid voor olieverontreiniging door het schip ‘Bow Jubail’ in de Rotterdamse haven.
Het Fonds stelt dat het op grond van het Fondsverdrag en de Nederlandse Wet schadefonds olietankschepen het recht heeft om in procedures over het CLC-Verdrag 1992 te interveniëren zonder dat het een belang hoeft te stellen. Het geschil spitst zich toe op de vraag of het Fonds in cassatie kan tussenkomen, als belanghebbende kan worden toegelaten of zich kan voegen aan de zijde van NCC.
De conclusie is dat tussenkomst in cassatie in een verzoekschriftprocedure niet is toegestaan, maar dat het Fonds als belanghebbende moet worden toegelaten en een verweerschrift mag indienen met de mogelijkheid zelfstandig cassatiegronden aan te dragen. Voeging wordt minder passend geacht gezien de aard van de procedure. Het Fonds heeft buiten zijn schuld niet eerder kunnen deelnemen en het toelaten van het Fonds leidt niet tot strijd met de goede procesorde of misbruik van recht.
De zaak betreft complexe verdragsrechtelijke en procesrechtelijke vraagstukken rond internationale aansprakelijkheid en schadevergoeding bij olieverontreiniging, waarbij het Fonds een belangrijke rol speelt bij het financieren van schade boven de aansprakelijkheidslimieten van de scheepseigenaar.
Uitkomst: Het Fonds wordt in cassatie toegelaten als belanghebbende en mag een verweerschrift indienen; het verzoek tot tussenkomst wordt afgewezen.