Conclusie
second opinion.
1.Feiten en procesverloop
2.Bespreking van het cassatiemiddel
second opinion(onderdeel III). Ten slotte is aan de orde gesteld of voldaan is aan de proportionaliteits- en subsidiariteitstoets en of de afgegeven zorgmachtiging het karakter heeft van een ongeoorloofde observatiemaatregel (onderdeel IV). Ik zal deze klachten achtereenvolgens bespreken.
informed consentals bedoeld in art. 7:448 in Pro verbinding met art. 7:464 BW Pro. [7] Aan dit materiële gebrek van de medische verklaring had de rechtbank niet mogen voorbijgaan: ingevolge het bepaalde in art. 5 EVRM Pro behoort de rechtbank dit ambtshalve te toetsen. De klacht is mede gericht tegen de gevolgtrekking dat aan de criteria voor verplichte zorg is voldaan (rov. 2.9). Subsidiair bestrijdt het middelonderdeel deze oordelen van de rechtbank als onbegrijpelijk. In het bijzonder bestrijdt dit middelonderdeel de overweging dat betrokkene niet heeft gesteld in welk belang hij is geschaad doordat de procedure anders is verlopen dan hem bij brief was aangekondigd (rov. 2.1): het door art. 5 EVRM Pro beschermde belang van betrokkene is volgens de klacht zelfs evident.
informed consent; ten slotte de aanwezigheid van de wijkagent bij het gesprek met de psychiater.
informed consentbij het onderzoek missen reeds daarom doel.
true mental disorder’ is vastgesteld. Subsidiair wordt geklaagd over onbegrijpelijkheid van dit oordeel in het licht van de gedingstukken en het verhandelde ter zitting. Ter toelichting op deze klachten is vermeld dat betrokkene in eerste aanleg heeft betwist dat hij aan een psychische stoornis lijdt. In de medische verklaring heeft de onafhankelijk psychiater de symptomen beschreven, maar niet een nadere toelichting gegeven op de diagnose. In het zorgplan is onder ‘diagnose’ sprake van een
vermoedenvan een psychotisch toestandsbeeld. Volgens de toelichting op de klacht heeft de psychiater die ter zitting aanwezig was, twijfels geuit of bij betrokkene sprake is van een psychische stoornis.
true mental disorder’. De overweging dat weliswaar nog onduidelijk is in welk (psychiatrisch) kader deze stoornis bestaat, duidt evenmin op een onjuiste rechtsopvatting. [17] Het is mogelijk dat een psychiater en vervolgens de rechter vaststelt dát sprake is van een psychische stoornis, maar nog twijfelt over de juiste classificatie van die stoornis. Een patiënt kan tegelijkertijd aan verschillende psychische aandoeningen lijden (comorbiditeit), waarbij ook voor een deskundige niet altijd meteen te zien is, welk psychiatrisch ziektebeeld overheerst. De memorie van toelichting op het oorspronkelijke wetsvoorstel voor de Wvggz (waar de medische verklaring was geregeld in het toen voorgestelde artikel 5:6), vermeldt hierover:
true mental disorderis vastgesteld, de psychiatrische kwalificatie daarvan (de diagnose) niet behoeft vast te staan om de vrijheidsbeneming te kunnen rechtvaardigen. De essentie van art. 5, lid 1 EVRM is de bescherming tegen willekeurige vrijheidsbeneming. [19] De juiste diagnose kan wel van belang zijn voor de vraag, welke psychiatrische behandeling (bijvoorbeeld: welke medicatie) zal worden ingezet.
second opinionen valt uiteen in drie kernklachten:
second opiniononvoldoende concrete feiten en omstandigheden heeft gesteld. [23]
second opinionten onrechte niet beoordeeld of betrokkene voldoende mogelijkheden heeft gehad voor een eigen inbreng in het psychiatrisch onderzoek en om het resultaat daarvan te kunnen tegenspreken. De rechtbank had betrokkene deze mogelijkheid moeten bieden. Door dat niet te doen, heeft de rechtbank het beginsel van
equality of armsgeschonden. [25]
gemotiveerdkan worden afgewezen. De eisen die aan deze motivering worden gesteld zijn afhankelijk van de omstandigheden van het geval, waarbij met name van belang is op welke punten het verzochte nader onderzoek zich volgens de betrokkene zou moeten richten, en verder de mate waarin de rechter uit de overgelegde medische verklaring en de overige gedingstukken reeds duidelijkheid heeft verkregen omtrent de door hem te beslissen punten. Ten aanzien van het verzoek om een nader, deskundig medisch-psychiatrisch onderzoek kunnen aan de stelplicht van betrokkene geen hoge eisen worden gesteld: voldoende is, dat duidelijk is waarom de conclusies van de geneeskundige verklaring in twijfel worden getrokken en waarop het verzochte onderzoek zich volgens betrokkene zou moeten richten. Betrokkene behoeft geen feiten of omstandigheden te stellen waaruit kan volgen dat een andere psychiater tot een andere diagnose zou komen; een dergelijke eis veronderstelt een deskundigheid die niet van betrokkene of van zijn raadsman gevergd kan worden.
second opinion [26] betrekking op de vraag of betrokkene leed aan een psychische stoornis en op de noodzaak van verplichte zorg (met name: de noodzaak van een machtiging tot opname in een accommodatie). Betrokkene heeft ter zitting gesteld dat hij niet goed is onderzocht door de psychiater. Zijn advocaat heeft aangevoerd dat de medische verklaring vaag is en dat de onderbouwing van de in die verklaring aanwezig geachte psychische stoornis ontbreekt. Betrokkene is niet eerder opgenomen of behandeld geweest. Hij zou tegen zijn advocaat hebben gezegd dat hij achterdochtig was omdat hij eerder was mishandeld door de politie. Zijn achterdocht en oninvoelbaarheid kunnen volgens het pleidooi ook op andere wijze worden verklaard dan als voortvloeiend uit een psychische stoornis: er zou veeleer sprake zijn van een uit de hand gelopen burenkwestie.
second opinion− had moeten vaststellen dat betrokkene door het achterwege blijven van het verzochte deskundigenonderzoek redelijkerwijs niet in zijn belangen wordt geschaad (vgl. art. 6:1 lid 5 Wvggz Pro), gaat niet op. Art. 6:1 lid 5 Wvggz Pro maakt onderscheid tussen het oproepen van een door of namens betrokkene opgegeven deskundige en het door de rechter bevelen van onderzoek door een deskundige. [30] In eerste aanleg is door of namens betrokkene niet een deskundige aan de rechtbank opgegeven die door de rechter zou moeten worden gehoord. De klacht onder (b) slaagt om deze redenen niet.
Korošec. [31] Er is aangevoerd dat door de weigering om een
second opiniontoe te staan het beginsel van
equality of armsis geschonden. Dit arrest is al eens eerder aan de orde gekomen in verband met een machtiging op grond van de vroegere Wet Bopz. [32] In de onderhavige zaak gaat het om de vraag of betrokkene voldoende mogelijkheden heeft gehad om eigen inbreng te geven in het psychiatrisch onderzoek en om het onderzoeksresultaat te kunnen tegenspreken.
onafhankelijkepsychiater – een regel bijgekomen: ook al is het onderzoek waarop de rechter zijn beslissing baseert uitgevoerd door een voldoende neutrale deskundige aan de hand van objectieve medische maatstaven – ongeacht of het onderzoek in de voorfase of tijdens de procedure bij de rechtbank is verricht –, dan nog moet nog worden beoordeeld of de patiënt niet minder mogelijkheden heeft gehad dan de overheidsinstantie die hem onvrijwillig in een psychiatrisch ziekenhuis wil doen opnemen en verblijven, om inbreng te hebben in het psychiatrisch onderzoek [33] en om het resultaat daarvan te kunnen tegenspreken. [34]
equality of armsis ontwikkeld in het kader van de toetsing aan het
fair trial-beginsel in art. 6 lid 1 EVRM Pro. Niettemin worden de eisen die art. 5 EVRM Pro aan de rechterlijke toetsing van een (voorgenomen) vrijheidsbeneming stelt, beïnvloed door de normen van art. 6 lid 1 EVRM Pro.
equality of arms(procedureel gelijke kansen), waarvoor de rechtbank compensatie zou moeten toestaan. Mijn slotsom is dat onderdeel III faalt.
ultimum remedium-karakter van een zorgmachtiging hebben miskend, in het bijzonder bij het verlenen van een machtiging voor ‘opname in een accommodatie’ en ‘controle op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen’: onbegrijpelijk is waarop het oordeel berust dat deze verplichte zorg een ‘uiterste middel’ is en dat het met de vrijheidsbeneming beoogde doel niet op een andere, voor de betrokkene minder belastende wijze kan worden bereikt. Volgens de toelichting op deze klacht wordt de zorgmachtiging hier preventief ingezet, ter voorkoming van overlast en het verder uit de hand lopen van de situatie in de buurt.