Conclusie
Inleiding
Het eerste middel
Het tweede middel
als verklaring van[getuige]:
De voorzitterdeelt mondeling mede de korte inhoud van de stukken die namens de benadeelde partij ter nadere onderbouwing van de vordering zijn overgelegd bij brief met bijlagen van mr. Wijburg d.d. 20 september 2019.
De advocaat-generaalrepliceert.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]
- schade door verlies van arbeidsvermogen: € 4.308,00
- schade als gevolg van gemaakte reiskosten: € 753,47
- immateriële schade:
€ 2.500,00
NJ2019/162, m.nt. Lindenbergh, over de aantasting in de persoon op andere wijze als bedoeld in art. 6:106, aanhef en onder b, BW het volgende (met weglating van de voetnoten) overwogen:
Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders(DSM-5). [11]
gevallen waarinander nadeel dan vermogensschade voor vergoeding in aanmerking komt, de wetgever de rechter bij het bepalen van de
omvangvan de immateriële schadevergoeding grote vrijheid heeft gelaten. [12] De vaststelling van de schadevergoeding “naar billijkheid” geeft ruimte rekening te houden met alle relevante omstandigheden van het geval. [13]
Het derde middel
NJ2020/409, m.nt. Ten Voorde ten aanzien van deze vervangende hechtenis heeft vooropgesteld, is het middel terecht voorgesteld. De Hoge Raad kan met toepassing van art. 6:4:20 Sv Pro bepalen dat in plaats van vervangende hechtenis gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast.