Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
eerste middelklaagt over de verwerping van een preliminair verweer, strekkende tot nietigverklaring van de oproeping in de ontnemingszaak in eerste aanleg.
tweede middelkomt op tegen de vaststelling van de omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Het richt zich tegen de begrijpelijkheid van de vaststelling van de hoogte van het voordeelsbedrag, in het bijzonder voor zover het betreft de doorberekening van eerdere oogsten in kweekruimtes 1 en 5.
“geen begin van aannemelijkheid is terug te vinden”, spreekt boekdelen. Ik vind dat geenszins onbegrijpelijk. Het OM heeft de omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel voldoende aannemelijk kunnen maken, [7] daar waar de betrokkene zijn stelling dat hij géén eerdere oogst heeft behaald uit de hennepplantage in ruimtes 1 en 5, op zijn beurt
onvoldoende aannemelijk heeft weten te maken. Gezien het gewicht van de bewijslast tegen hem, lag het op de weg van de betrokkene daar een verifieerbaar en geloofwaardig verhaal tegenover te stellen. Dat laatste is niet gebeurd. Derhalve mocht het hof het ontnemingsrapport en het BOOM-rapport gebruiken als uitgangspunt voor de berekening van de omvang van het wederrechtelijk voordeel en oordelen zoals het heeft gedaan. Tot een andere of nadere motivering was het hof niet gehouden.
“hetgeen de verbalisanten als getuigen in dit schriftelijk stuk daarmee hebben vastgelegd geen eigen waarneming of ondervinding is, maar een conclusie of een gevolgtrekking op basis van de gerelateerde feiten en ondervindingen”en dat
“dergelijke conclusies of gevolgtrekkingen mogen niet bijdragen aan de aanwijzingen voor hennepteelt in de ruimtes 1 en 5”,ziet het middel eraan voorbij dat het tweede bewijsmiddel het ontnemingsrapport behelst, en geen getuigenverklaring.