Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste en het tweede cassatiemiddel
3.Beslissing
13 april 2021.
Hoge Raad
De betrokkene stelde cassatieberoep in tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 17 juni 2019, waarin een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel was toegewezen. Het cassatieberoep betrof onder meer een preliminair verweer tot nietigverklaring van de oproeping in de ontnemingszaak en de vaststelling van de omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel, met name de doorberekening van eerdere oogsten.
De Hoge Raad heeft de ingebrachte klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van dit oordeel te geven, gelet op artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
De advocaat-generaal had reeds geconcludeerd tot verwerping van het beroep. Het arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter en raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en C. Caminada en is op 13 april 2021 uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bevestigd.