Conclusie
3.Het eerste middel
4.Het tweede middel
(…)
[benadeelde 1] licht de immateriële schade hierna toe.
(…)
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf wegens poging tot doodslag op zijn ex-echtgenote, twee gevallen van mishandeling van omstanders die hem probeerden tegen te houden, en vernieling van een auto. Het hof legde daarnaast contactverboden en schadevergoedingsmaatregelen op.
De verdediging voerde in cassatie aan dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom het was afgeweken van een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt over de strafoplegging, waarbij werd gepleit voor een lagere straf tussen 24 en 36 maanden. Het hof had echter rekening gehouden met een psychologisch rapport dat de toerekening in verminderde mate adviseerde, maar oordeelde dat het geweld en de ernst van de feiten een straf van vijf jaar rechtvaardigden. Ook de motivering van de schadevergoeding aan het slachtoffer werd aangevochten, maar het hof had de vordering voldoende onderbouwd en de toegewezen bedragen waren passend gelet op het letsel en de gevolgen.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof de strafmotivering en de motivering van de schadevergoeding voldoende had onderbouwd en dat de middelen faalden. Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee het arrest van het hof in stand bleef.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden bevestigd, met een gevangenisstraf van vijf jaar en toegewezen schadevergoeding.