“De advocaat heeft afwijzing van het verzoek bepleit nu er volgens de medische verklaring geen sprake is van een psychische stoornis en er ook geen sprake is van ernstig nadeel.
De rechtbank passeert dit verweer.
Uit de overgelegde stukken en wat tijdens de mondelinge behandeling is besproken, is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van ernstig nadeel, door het bestaan van of het aanzienlijk risico op ernstige psychische schade, maatschappelijke teloorgang en een ernstige verstoorde ontwikkeling voor of van betrokkene of een ander, alsmede dat de algemene veiligheid van personen in gevaar is. Immers, eerder is in Pro Justitia rapportages vastgesteld dat betrokkene moeite heeft met plannen en overzicht houden in complexe situaties. Ook is hij veroordeeld voor belaging en bedreiging terwijl hij deze feiten grotendeels niet erkent. Uit het zorgplan blijkt dat betrokkene niet in staat is zijn gedrag jegens zijn ex-partner en haar nieuwe partner bij te stellen. Recentelijk heeft betrokkene nog een week in hechtenis gezeten vanwege het overtreden van de bij strafvonnis opgelegde gedragsaanwijzing, waarbij hij ter zitting volhardde dat dit ten onrechte was. Hieruit blijkt genoegzaam dat de algemene veiligheid van personen in gevaar is of kan zijn. De rechtbank gaat dan ook voorbij aan de vaststelling van de onafhankelijk psychiater dat er geen sprake is van ernstig nadeel.
Het ernstige vermoeden bestaat dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag van betrokkene dat voortvloeit uit een psychische stoornis.
Betrokkene is bekend met een niet optimale planning, organisatie en inhibitie controle. Hij is ook bekend met een genetische aandoening (Myoclonus Dystonie) waarvan in de diverse Pro Justitia rapportages en in wetenschappelijke artikelen beschreven is dat een dergelijke stoornis ook invloed kan hebben op executief functioneren als op angst als op stemming, waarmee betrokkene historisch ook bekend is. Op 5 februari 2021 is door de meervoudige strafkamer van deze rechtbank vastgesteld dat betrokkene lijdt aan deze neurologische aandoening waarbij bij betrokkene sprake is van een uitgebreide neurocognitieve stoornis, die aan te merken is als een psychische stoornis. De meervoudige strafkamer komt tot haar oordeel op basis van het door de zorgverantwoordelijke opgestelde zorgplan, waarbij deze de drie Pro Justitia rapportages van de gedragsneuroloog, de klinisch psycholoog en de psychiater heeft kunnen inzien. Ook de advocaat is bekend met deze rapportages van 23 november 2020.
Weliswaar geeft de onafhankelijk psychiater aan dat er geen sprake is van een psychische stoornis (onder 4.d. van de medische verklaring), tegelijkertijd geeft hij aan dat de diagnose uit het dossier hem deels ook aannemelijk lijkt (onder 4.e.) en komt hij tot de diagnose disruptieve, impulsbeheersings- en andere gedragsstoornissen (onder 4.f.). Ter zitting is onderstreept door de psycholoog en de geneesheer-directeur dat er sprake is van een psychische stoornis. Gelet op de gegevens waarop de meervoudige strafkamer haar oordeel heeft gebaseerd en gelet op hetgeen ter zitting is besproken, ziet de rechtbank geen aanleiding te twijfelen aan de eerder vastgestelde diagnose. Zij gaat er dan ook van uit dat bij betrokkene sprake is van een psychische stoornis.
Betrokkene ervaart zijn begeleiding als steunend en de medicatie Venlafaxine 75 mg als helpend tegen de angstklachten (pleinvrees) waarvoor hij langer dan 20 jaar deze medicatie gebruikt. Ook de aangeboden trainingen (Psychomotore therapie en SOVAssertiviteit training) worden door hem als helpend ervaren. Het is van belang dat betrokkene de reeds opgestarte klinische gedragstherapeutische behandeling afrondt voordat hij met ontslag gaat. Nazorg via een forensische FACT is geïndiceerd en mogelijk op vrijwillige basis.
De advocaat bepleit ook afwijzing van de voortzetting van de zorgmachtiging omdat er door de strafkamer reclasseringstoezicht is opgelegd dat voldoende waarborg en begeleiding biedt. Dergelijk toezicht acht de rechtbank op dit moment echter onvoldoende om het ernstig nadeel af te wenden, nu klinische zorg op dit moment nog noodzakelijk is. Er wordt in stappen toegewerkt naar terugkeer naar huis en die stappen zijn nog niet allemaal doorlopen. Ter zitting is door de psycholoog aangegeven dat het ook voorkomt dat pas op de plaats moet worden gemaakt. Het aanvankelijke doel om betrokkene in oktober terug naar huis te laten te gaan, zal hoogst waarschijnlijk niet gehaald worden. Het is ook niet aan te geven wanneer dat doel wel bereikt zal zijn. Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen of de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig.”