Conclusie
1.Feiten en procesverloop
2.Bespreking van het cassatiemiddel
ex nuncmet voldoende zekerheid de gezondheidssituatie van betrokkene kon worden vastgesteld, maar de rechter heeft zijn oordeel over de aanwezigheid van een psychische stoornis en het ernstig nadeel onjuist en/of onbegrijpelijk niet gebaseerd op actuele informatie, maar op gegevens waarop de strafkamer zich heeft gebaseerd die bovendien geen deel uitmaken van het dossier. Uit de bevindingen van de geneesheer-directeur is af te leiden dat de strafkamer van de rechtbank op 5 februari 2021 uitspraak heeft gedaan. Verder dat er ter voorbereiding van een zorgmachtiging een niet-ondertekende medische verklaring is van 7 februari 2021, waarbij volgens het middel onduidelijk is hoe dit zich verhoudt tot de uitspraak van 5 januari 2021 (bevindingen geneesheer-directeur d.d. 2 juli 2021, p. 4 en 5). [5] Verder of althans is het oordeel van de rechtbank dat er sprake is van ernstig nadeel volgens het middel onbegrijpelijk, omdat de Pro Justitia rapportages geen deel uitmaken van het procesdossier.
medeheeft gebaseerd op de bevindingen van de vorige zorgmachtiging. De rechtbank heeft haar oordeel niet gebaseerd op de Pro Justitia rapportages zelf, maar heeft geciteerd uit de bevindingen van de geneesheer-directeur en het Zorgplan, welke stukken onderdeel uitmaken van het proces-dossier. Subonderdeel 2 faalt.
nietals een strafrechtelijke maatregel aan te merken. [20] De beslissing van de strafrechter op grond van art. 2.3 lid 1 Wfz neemt daarom altijd de vorm aan van een afzonderlijke beschikking, zodat enerzijds in de strafzaak een vonnis wordt gewezen op grond van het Wetboek van Strafrecht of Strafvordering, anderzijds een civielrechtelijke beschikking wordt gegeven op het verzoek om een zorgmachtiging af te geven, waarbij de eisen van het civiele procesrecht en de Wvggz in acht worden genomen. [21]