Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
Het middel
Parket bij de Hoge Raad
De rechtbank Gelderland verklaarde klager niet-ontvankelijk in zijn beklag tegen het beslag op een Mercedes A180 en daarin aanwezige goederen, omdat de auto was teruggegeven aan de rechthebbende, een Bulgaars autobedrijf. Klager stelde echter dat hij rechthebbende was en dat het beslag onrechtmatig was.
De Hoge Raad overweegt dat de auto reeds op 26 maart 2019 was teruggegeven aan de leasemaatschappij in Bulgarije, voordat klager schriftelijk op de hoogte was gesteld van het voornemen tot teruggave zoals vereist in art. 116, derde lid, Sv. Hierdoor is geen toepassing gegeven aan deze wettelijke procedure, waardoor het beklag het karakter heeft van een beklag tegen het voornemen tot teruggave alsof die teruggave nog niet had plaatsgevonden.
De rechtbank heeft dit miskend door klager niet-ontvankelijk te verklaren. De Hoge Raad vernietigt daarom de beschikking en wijst de zaak terug naar de rechtbank Gelderland voor hernieuwde behandeling van het klaagschrift. Er zijn geen andere gronden voor vernietiging aangetroffen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de niet-ontvankelijkverklaring en wijst de zaak terug voor hernieuwde behandeling.