Conclusie
1.Feiten en procesverloop
2.Bespreking van het cassatiemiddel
vanwege zijn proceshoudingin de proceskosten moet worden veroordeeld.
grotendeelsin het ongelijk is gesteld in de proceskosten wordt veroordeeld. [8] Om te beoordelen welke partij kan worden aangemerkt als de (grotendeels) in het ongelijk gestelde partij, moet een vergelijking worden gemaakt tussen het
petitum(wat is gevorderd?) en hetgeen in de beslissing uiteindelijk is toegewezen. [9] Wat betreft de invulling van het begrip ‘grotendeels’: de rechter bepaalt het omslagpunt. [10]
wijziging van het dictumis bewerkstelligd. [12] Ook bij het slagen van een of meer grieven geldt de appellant als in het ongelijk gesteld indien het hof desondanks (op andere gronden of met aanvulling van gronden) het beroepen vonnis bekrachtigt en het hoger beroep dus niet tot een voor de appellant gunstiger beslissing heeft geleid. [13]
zonder voorafgaand berichtniet ter comparitie is verschenen, ondanks de oproep om in persoon te verschijnen, en dat die comparitie daarom weinig zinvol was terwijl daaraan voor het architectenbureau wel kosten waren verbonden. Onbegrijpelijk is dit oordeel niet.
ambtshalveover de proceskosten diende te oordelen. [14] Voor zover deze klacht berust op het standpunt dat van de zijde van het architectenbureau in de procedure bij het hof niet is aangevoerd dat eiser proceskosten nodeloos heeft aangewend of veroorzaakt, faalt de klacht omdat het oordeel van het hof niet daarop berust; zie alinea 2.7 hiervoor. Van een ontoelaatbare verrassingsbeslissing is evenmin sprake. De advocaat van het architectenbureau heeft tijdens de comparitie verklaard dat hij en zijn cliënt zich storen aan de proceshouding van eiser: “Hij heeft nooit gereclameerd en is nu ook niet ter zitting aanwezig, waardoor de kosten alsmaar oplopen.” (zie het slot van het proces-verbaal).