Conclusie
1.Feiten en procesverloop
fysiekegezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig. [2] Tot zover is de beslissing van de rechtbank in cassatie onbestreden.
2.Bespreking van het cassatiemiddel
toelichting op de klacht onder 1vangt aan met de stelling dat uit het dossier blijkt dat betrokkene thuis is en ambulant behandeld wordt en dat de machtiging is aangevraagd voor ambulante verplichte zorg. In geval van ambulante verplichte zorg zijn, gelet op art. 2:4, lid 1, Wvggz, uitsluitend toegestaan de in art. 3:2, lid 2 onder a – h, genoemde vormen van zorg die in de in art. 2:4 Wvggz Pro bedoelde AMvB zijn aangewezen. [3] Daartoe behoort niet het ‘opnemen in een accommodatie’ (genoemd in art. 3:2, lid 2 onder j, Wvggz).
toelichting op de klacht onder 2wijst erop dat in situaties waarin de verleende zorgmachtiging
nietvoorziet, op grond van art. 8:11 Wvggz Pro tijdelijk verplichte zorg kan worden verleend voor zover nodig ter afwending van een noodsituatie. Volgens art. 8:12 Wvggz Pro kan zulke tijdelijke zorg niet langer duren dan drie dagen, waarna de officier van justitie aan de rechtbank een wijziging van de lopende zorgmachtiging kan verzoeken. Volgens de toelichting betekent dit dat opneming in een accommodatie niet zomaar kan, anders dan als tijdelijke verplichte zorg in noodsituaties, en dat de rechter over de opneming moet beslissen, in een procedure waarin de betrokken patiënt wordt bijgestaan door een advocaat.
toelichting op de klacht onder 3, onder het kopje “Bescherming van de rechten van de betrokkene”, wordt betoogd dat in geval van een voorwaardelijke machtiging onder de Wet Bopz een patiënt in het psychiatrisch ziekenhuis kon worden opgenomen en het besluit tot opneming achteraf door een rechter kon laten beoordelen (bedoeld is kennelijk art. 14d en art. 14e Wet Bopz), zonder dat daarbij automatisch een advocaat werd ingeschakeld. Volgens de toelichting heeft de wetgever juist beoogd ten aanzien van een dergelijke opneming in het ziekenhuis de rechtsbescherming van de patiënt uit te breiden: daarbij past niet dat het opnemen in een accommodatie “er maar gewoon bijgeschreven wordt, zoals in het geval van verzoekster”. Met het oog op de vereiste wettelijke grondslag verwijst het cassatierekest naar de Nota van toelichting bij het Besluit verplichte geestelijke gezondheidszorg. [4] De toelichting op de klacht eindigt als volgt:
op zichis niet het probleem. Het onderhavige cassatiemiddel is niet gericht tegen het combineren van vormen van verplichte zorg bij klinische behandeling, maar tegen een machtiging voor ‘het opnemen in een accommodatie’
in combinatie met ambulante behandeling.
indiende rechter in een zorgmachtiging het toepassen van een of meer van de in art. 3:2, lid 2 onder a – h, genoemde vormen van verplichte zorg toestaat buiten een accommodatie, kan die (ambulante) verplichte zorg uitsluitend de bij AMvB aangewezen vormen van verplichte zorg inhouden en moeten bij de toepassing daarvan de in die AMvB gestelde regels worden toegepast.
nietin de zorgmachtiging zijn voorzien. Volgens dit drietrapsmodel kan in een zorgplan op voorhand verplichte zorg worden opgenomen – en in een zorgmachtiging worden bepaald − voor het geval dat binnen de looptijd van de te verlenen machtiging een
voorzienbarecrisissituatie zich voordoet. [8] Ruimer, want niet
per seaan crisissituaties gekoppeld, is de gedachte dat een zorgplan kan voorzien in getrapte zorg (‘
stepped care’). Getrapte zorg houdt in dat gedurende de looptijd van de zorgmachtiging de toepassing van verplichte zorg kan worden ‘opgeschaald’ en ‘afgeschaald’, al naar gelang de geestelijke toestand van de patiënt op dat moment aanleiding daartoe geeft. W. Dijkers heeft in dit verband de mogelijkheid genoemd van een ‘trajectmachtiging’:
ad hoc. Hoe dan ook, ingevolge het bepaalde in art. 1:7 Wvggz Pro geeft de rechter ambtshalve last tot toevoeging van een advocaat aan de betrokkene indien niet blijkt dat betrokkene reeds een advocaat heeft en betrokkene beroep tegen de beslissing van de klachtencommissie instelt. [12] Uit deze wettelijke bepaling volgt dat in de fase waarin de rechtbank als klachtenrechter (achteraf) beslist over de rechtmatigheid van een op grond van art. 8:9 Wvggz Pro door de zorgverantwoordelijke genomen beslissing tot opneming, de toevoeging van een advocaat is geregeld.