Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
NJ2007/626 m.nt. Mevis dat aan de formulering van grieven geen hoge eisen worden gesteld. De Hoge Raad overwoog hierover als volgt:
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd bij verstek veroordeeld door de politierechter wegens overtredingen van de Wegenverkeerswet 1994. Tegen dit vonnis stelde de verdachte hoger beroep in. Het hof verklaarde de verdachte niet-ontvankelijk omdat geen schriftuur houdende grieven was ingediend en ook geen mondelinge bezwaren waren opgegeven.
De raadsman van de verdachte had echter een fax aan het hof gestuurd waarin werd vermeld dat het hoger beroep gericht was tegen de bewezenverklaring en de strafmaat. Deze fax was na de termijn en aan het verkeerde gerecht gericht, maar de Hoge Raad oordeelt dat het hof dit schrijven als een appelschriftuur had moeten aanmerken.
De Hoge Raad stelt dat aan de formulering van grieven geen hoge eisen worden gesteld en dat in dit geval de fax voldoende duidelijk was om als schriftuur met grieven te gelden. De niet-ontvankelijkverklaring door het hof is daarom onvoldoende gemotiveerd en wordt vernietigd.
De zaak wordt terugverwezen naar het hof Amsterdam voor hernieuwde behandeling van het hoger beroep op basis van het bestaande dossier. Er zijn geen ambtshalve gronden voor vernietiging aangetroffen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug voor hernieuwde behandeling van het hoger beroep.