ECLI:NL:PHR:2020:501
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest wegens onvoldoende motivering afwijzing aanhoudingsverzoek in hoger beroep
De verdachte werd door het hof Den Haag niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens diefstal met braak. De raadsman van de verdachte, die het contact met zijn cliënt was verloren, verzocht ter zitting om aanhouding van de zaak om opnieuw contact te zoeken. Het hof wees dit verzoek af omdat geen aanwijzing bestond dat verdachte van zijn aanwezigheidsrecht gebruik wilde maken.
De advocaat-generaal bij de Hoge Raad stelde dat het hof ten onrechte geen belangenafweging had gemaakt en onvoldoende had gemotiveerd waarom het aanhoudingsverzoek werd afgewezen. De dagvaarding was bovendien niet persoonlijk betekend, waardoor verdachte mogelijk niet op de hoogte was van de zitting.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof zijn beslissing onvoldoende had gemotiveerd en de vereiste belangenafweging had nagelaten. Daarom werd het arrest vernietigd en de zaak terugverwezen naar het hof Den Haag voor nieuwe berechting. Hiermee wordt benadrukt dat bij een aanhoudingsverzoek de rechter moet toetsen of het verzoek aannemelijk is en een belangenafweging moet maken tussen het aanwezigheidsrecht en het belang bij een spoedige berechting.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nieuwe berechting wegens onvoldoende motivering en belangenafweging bij afwijzing aanhoudingsverzoek.