Conclusie
1.Procesverloop in cassatie
voormeld adres in gesloten envelop met daarop de vermeldingen als wettelijk voorgeschreven, omdat ik in verband met de door de overheid afgekondigde maatregelen in verband met het zgn. corona virus (covid-19) geen contact heb kunnen/mogen zoeken met iemand aan wie rechtsgeldig afschrift kon worden gelaten;”
2.Verstekbeoordeling
Corona-betekening
zonderdat eerst getracht is te betekenen op de voet van art. 46 lid 1 Rv Pro (in persoon). Kort gezegd: het exploot is door de brievenbus gedaan zonder dat eerst geprobeerd is het te overhandigen aan de persoon voor wie het bestemd is.
effectieveris. Daarmee wordt klaarblijkelijk bedoeld dat betekening aan het briefadres meer waarborgen biedt dat het exploot degene voor wie het is bestemd ook daadwerkelijk bereikt, dan bij een openbare betekening. Ook de uitzondering op deze regel, die geldt in het geval dat de deurwaarder moet aannemen dat het briefadres niet (meer) juist is en de stukken de betrokkene niet zullen bereiken bij betekening aan het briefadres (rov. 3.9), houdt rechtstreeks verband met het genoemde doel van de betekeningsvoorschriften; in dat geval zou betekening aan het briefadres immers niet effectief zijn.
De deurwaarder laat een afschrift van het exploot aan degene voor wie het is bestemd in persoon of aan de woonplaats aan een huisgenoot van deze of aan een andere persoon die zich daar bevindt en van wie aannemelijk is dat deze zal bevorderen dat het afschrift degene voor wie het exploot is bestemd, tijdig bereikt. (…)”
1. Indien de deurwaarder aan geen van de in artikel 46, eerste lid, bedoelde personen afschrift kan laten, laat hij een afschrift aan de woonplaats achter in een gesloten envelop. Indien ook dat feitelijk onmogelijk is, bezorgt hij terstond een afschrift ter post. De deurwaarder maakt, zowel in het ene als het andere geval tevens onder vermelding van de reden van de feitelijke onmogelijkheid, van deze handelingen melding in het exploot.
deze volgordemoet hanteren, en dat
betekening in persoon altijd de voorkeurheeft. [18] Dat de deurwaarder altijd eerst moet proberen om een exploot in persoon te betekenen, is ook te lezen bij Hugenholtz/Heemskerk (“
Betekening vindt in beginsel plaats aan de gedaagde in persoon”). [19] Snijders/Klaassen/Meijer gaan daar eveneens van uit (“
Vooropstaat de betekening aan de verweerder in persoon”). [20] Van Mierlo schrijft dat het “
waar mogelijk de voorkeur [verdient] dat de deurwaarder een afschrift van het exploot laat aan de geëxploteerde in persoon” en dat dit “
in het bijzonder (…) het geval [is] bij verstekvonissen”. [21] Stein/Rueb schrijven niet expliciet dat betekening in persoon altijd de voorkeur heeft. [22]
indienaan geen van de in art. 46 lid 1 Rv Pro bedoelde personen afschrift
kanworden gelaten. Het is dus een mogelijkheid die geboden wordt voor het geval betekening in persoon
niet mogelijk is.
Zie het huidige artikel 4, onder 2°, Rv. De redactie is iets gewijzigd. Het normale geval dat de betekening plaats vindt aan het kantoor van de rechtspersoon wordt nu vooropgesteld. Zie voor de slotzin de toelichting op artikel 48 (1.6.4).De in dit artikel gekozen volgorde heeft geen normatief karakter.Het woord «of» duidt op een vrije keuze.Zie bijvoorbeeld ook de in artikel 53 (1.6.9) genoemde alternatieven, die eveneens worden aangeduid met het woord «of», geplaatst aan het slot van onderdeel b.Wanneer geen sprake is van een vrije keuze, wordt dat in de tekst van de desbetreffende bepaling duidelijk tot uitdrukking gebracht. Zie bijvoorbeeld artikel 47 (1.6.3).”
ofvoor verzending van een afschrift van het exploot per post. Als de deurwaarder kan kiezen tussen verschillende betekeningsmogelijkheden, zal moeten worden gekozen voor die wijze die de grootste kans biedt dat het exploot degene voor wie het bestemd is, bereikt. [26]
De deurwaarder maakt, zowel in het ene als het andere geval tevens onder vermelding van de reden van de feitelijke onmogelijkheid, van deze handelingen melding in het exploot.Het ‘ene geval’ is, zo begrijp ik, het geval dat de deurwaarder aan geen van de in art. 46 lid 1 Rv Pro bedoelde personen afschrift kan laten, en het ‘andere geval’ is het geval dat het feitelijk onmogelijk is om een afschrift van het exploot ter post te bezorgen.
Nieuw is de regeling van het geval waarin het voor de deurwaarder
Indien de deurwaarder het afschrift op de in art. 47 Rv Pro voorgeschreven wijze laat, dient hij een aantal voorschriften in acht te nemen die de rechter bij een mogelijke verstekverlening in staat stellen de naleving van het voorschrift te controleren. Deze voorschriften behelzen voorts een aansporing voor de geadresseerde van de inhoud kennis te nemen en de deurwaarder om nadere informatie te verzoeken. Ten eerste zal de deurwaarder in overeenstemming met het bepaalde in lid 1 in het exploot melding moeten maken van de reden van de feitelijke onmogelijkheid. Daarbij zal hij mijns inziens ook – hoewel dit
Bij de beoordeling, of de betekening als rechtsgeldig kan worden beschouwd, zal de rechter o.i. er goed aan doen, de hierboven vermelden, door Cleveringa gegeven leidraad voor ogen te houden. Steeds moet hij nagaan of aan de bedoeling van de wetgever, welke hierin bestaat, dat het betekende stuk in handen komt van degene, voor wie het bestemd is, voldoende recht is wedervaren.”
als gevolg van het gebrek niet heeft bereikt, spreekt de rechter de nietigheid van het exploot uit (art. 121 lid 3 Rv Pro en art. 121 lid 3 Rv Pro-KEI). Een beroep op nietigheid van het exploot door een in het geding
verschenengedaagde, wordt verworpen indien het gebrek de gedaagde niet onredelijk in zijn belangen heeft geschaad (art. 122 lid 1 Rv Pro en art. 122 lid 1 Rv Pro-KEI). Doorslaggevend bij de beantwoording van de vraag of een exploot van betekening van een oproepingsbericht wegens een daaraan klevend gebrek nietig moet worden verklaard, is dus het
verdedigingsbelang van de gedaagde.
het beginsel dat indien een exploot lijdt aan een gebrek dat tot nietigheid daarvan leidt, dit rechtsgevolg slechts op zijn plaats is indien en voor zover dat gewenst is in verband met de bescherming van de belangen waarop de geschonden norm betrekking heeft (Memorie van Toelichting op art. 66 (1.6.20) Rv., Kamerstukken II 1999/2000, 26 855, nr. 3, p. 76). Daarvan is sprake ingeval degene voor wie het exploot is bestemd, door het gebrek onredelijk is benadeeld in een belang dat door de geschonden norm wordt beschermd.”
beschermingsstrekking van de geschonden norm.
Wat kan ik doen om verspreiding van het nieuwe coronavirus te voorkomen?
Blijf zoveel mogelijk thuis.
Ontvang zo min mogelijk bezoek (maximaal 3 bezoekers) en
Houd dan 1,5 meter afstand tot elkaar.
Ga alleen naar buiten als dat nodig is.
Zorg voor goede hygiënemaatregelen:
Was je handen 20 seconden lang met water en zeep, daarna handen goed drogen
Schud geen handen
Houd 1,5 meter afstand (2 armlengtes) van anderen
Dit geldt voor iedereen, bijvoorbeeld op straat, in winkels, met collega’s, behalve thuis en binnen het gezin/huishouden.
Wat betekent ‘afstand houden’?
De Corona‐uitbraak heeft gevolgen voor ons allemaal. De overheid legt maatregelen op die diep ingrijpen in het dagelijks leven. Ook de gerechtsdeurwaarders moeten in deze uitzonderlijke situatie het belang van de volksgezondheid voorop stellen. Daarom heeft de KBvG de volgende maatregelen afgekondigd.
Bij het betekenen van gerechtelijke stukken moet fysiek contact zoveel mogelijk worden voorkomen.
alledeurwaarders dit doen en ook niet of zij er
steedsvoor kiezen deze werkwijze te volgen, of
in welke gevallenzij dat wel of niet doen. In ieder geval is wel te constateren dat er ook nog steeds exploten in persoon worden betekend. [42]
zo nodigin de brievenbus wordt gelaten. Wanneer dit aan de orde is, is verder niet toegelicht.
Over de campagne ‘bellen is oplossen’
De dagvaarding vermeldt dat in verband met het coronavirus is betekend op de manier als omschreven in artikel 47 lid 1 Rv Pro. In de dagvaarding is geen afdoende toelichting gegeven waarom in deze zaak de noodzaak daartoe aanwezig was en waarom dus niet is betekend overeenkomstig het bepaalde in artikel 46 lid 1 Rv Pro. Daarom is sprake van een gebrek in de betekening dat nietigheid meebrengt. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat de door de regering uitgevaardigde maatregelen in verband met het coronavirus op zichzelf niet beletten dat een exploot in persoon of aan een huisgenoot wordt betekend (artikel 46 lid 1 Rv Pro). Onder bijzondere omstandigheden kan daartoe wel een belemmering aanwezig zijn, maar deze feitelijke omstandigheden zullen op grond van artikel 47 lid Pro 1, laatste volzin, in het exploot moeten worden vermeld.
(…)
Deurwaarders mogen tijdelijk stukken afgeven via brievenbus
per definitiegeldt dat betekening op de voet van art. 46 lid 1 Rv Pro niet mogelijk is. Zoals gezegd is dat trouwens ook niet het advies van de KBvG. Dat luidt immers dat een exploot
zo nodigin de brievenbus wordt gelaten (zie onder 2.36- 2.38).
Corona en onze bezorging
steedsvoldaan is aan de voorwaarde van art. 47 lid 1 Rv Pro, omdat betekening van het exploot in persoon niet mogelijk is. Met inachtneming van risicobeperkende maatregelen als hiervoor vermeld, kan naar mijn mening ook onder de huidige omstandigheden in beginsel van de deurwaarder worden gevergd dat hij eerst probeert om een exploot in persoon te betekenen. Er is onvoldoende reden om aan te nemen dat in de huidige omstandigheden steeds sprake is van een feitelijke onmogelijkheid om op de voet van art. 46 lid 1 Rv Pro in persoon te betekenen (zolang de RIVM-richtlijnen voorschrijven dat afstand moet worden gehouden).
magbetekenen. Dat dat zich naar het standpunt van de deurwaarder wellicht voordoet, is af te leiden uit de standaardtekst die op exploten is afgedrukt (mijn onderstreping): “…
omdat ik in verband met de door de overheid afgekondigde maatregelen in verband met het zgn. corona virus (covid-19) geen contact heb kunnen/mogenzoeken met iemand aan wie rechtsgeldig afschrift kon worden gelaten).
concrete situatiewél aan de orde kan zijn dat het niet verantwoord is voor de deurwaarder om in persoon te betekenen, omdat dat – gelet op het Covid-19 virus – meer of andere risico’s met zich meebrengt dan hiervoor omschreven. In dat geval zal de deurwaarder in het exploot moeten vermelden dat en waarom dat het geval is (zie hiervoor onder 2.20-2.24). Dit is ook de benadering van de rechtbank Amsterdam in de hiervoor besproken uitspraken.
BETEKEND (…) het oproepingsbericht van 25 maart 2020 van de griffier van de Hoge Raad (…),alsmede de daarbij behorende procesinleiding van 24 maart 2020, (…), waarin beroep in cassatie is ingesteld tegen het door de Rechtbank Noord-”
.Daarna volgt een tweede pagina die begint met “
Totaal € 105,03”, waarna een verklaring over ‘de bijkomende kosten (verschotten) en de btw’ en de handtekening van de deurwaarder volgen. De tekst op de eerste en de tweede pagina sluiten dus niet op elkaar aan.
alleexploten (zie onder 2.3).