Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2020:2229

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
8 april 2020
Publicatiedatum
8 april 2020
Zaaknummer
8422841 CV EXPL 20-6274
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Tussenuitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 46 lid 1 RvArt. 47 lid 1 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betekening exploot tijdens coronamaatregelen vereist vermelding bijzondere reden

In deze civiele zaak heeft Stedin Netbeheer B.V. een vordering ingesteld tegen een gedaagde die niet is verschenen. De dagvaarding werd betekend door het exploot in de brievenbus te deponeren, met verwijzing naar de coronamaatregelen.

De rechtbank stelt vast dat de dagvaarding geen afdoende toelichting bevat waarom betekening niet persoonlijk of aan huisgenoot heeft plaatsgevonden, zoals vereist volgens artikel 46 lid 1 Rv Pro. Hierdoor is sprake van een gebrek in de betekening dat nietigheid veroorzaakt.

De rechtbank benadrukt dat de coronamaatregelen op zichzelf niet verhinderen dat een exploot persoonlijk wordt betekend. Alleen onder bijzondere omstandigheden kan betekening in de brievenbus geoorloofd zijn, mits die bijzondere reden op het exploot wordt vermeld.

Eisende partij wordt daarom in de gelegenheid gesteld om een herstelexploot uit te brengen met correcte aanzegging en vermelding van de bijzondere reden. De zaak zal worden voortgezet op de oorspronkelijke dagvaardingstermijn. De kosten van het exploot komen voor rekening van eisende partij.

Uitkomst: Eisende partij krijgt gelegenheid om de betekening te herstellen met vermelding van bijzondere reden, verdere beslissing wordt aangehouden.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht
zaaknummer: 8422841 CV EXPL 20-6274
vonnis van: 8 april 2020
fno.: 23

vonnis van de kantonrechter

I n z a k e

de besloten vennootschap Stedin Netbeheer B.V.

gevestigd te Rotterdam
eisende partij
gemachtigde: Inkassier Gerechtsdeurwaarders & Incasso
t e g e n

[gedaagde]

wonende te Amstelveen
gedaagde partij
niet verschenen

Verloop van de procedure

Eisende partij heeft een vordering ingesteld tegen gedaagde partij overeenkomstig de door haar overgelegde dagvaarding. Gedaagde partij is niet in de procedure verschenen.
Vervolgens is vonnis bepaald op heden.

Gronden van de beslissing

De dagvaarding vermeldt dat in verband met het coronavirus is betekend op de manier als omschreven in artikel 47 lid 1 Rv Pro. In de dagvaarding is geen afdoende toelichting gegeven waarom in deze zaak de noodzaak daartoe aanwezig was en waarom dus niet is betekend overeenkomstig het bepaalde in artikel 46 lid 1 Rv Pro. Daarom is sprake van een gebrek in de betekening dat nietigheid meebrengt. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat de door de regering uitgevaardigde maatregelen in verband met het coronavirus op zichzelf niet beletten dat een exploot in persoon of aan een huisgenoot wordt betekend (artikel 46 lid 1 Rv Pro). Onder bijzondere omstandigheden kan daartoe wel een belemmering aanwezig zijn, maar deze feitelijke omstandigheden zullen op grond van artikel 47 lid Pro 1, laatste volzin, in het exploot moeten worden vermeld.
Eisende partij wordt in de gelegenheid gesteld het gebrek te herstellen. Eisende partij dient gedaagde partij, onder meebetekening van dit vonnis en aanhechting aan het exploot van de eerder uitgebrachte dagvaarding, opnieuw op te roepen en wel voor de zitting van
dinsdag 12 mei 2020 te 10:00 uur, onder aanzegging dat zal worden voortgeprocedeerd op de oorspronkelijke dagvaarding. Bij het uitbrengen van het herstelexploot dient eisende partij de wettelijke dagvaardingstermijn in acht te nemen.

Beslissing

De kantonrechter:
stelt eisende partij in de gelegenheid een herstelexploot uit te brengen, waarbij zij gedaagde partij op de juiste wijze aanzegt dat de zaak weer zal dienen op de openbare civiele terechtzitting van
dinsdag 12 mei 2020 te 10:00 uur;
bepaalt dat eisende partij de kosten van vorenbedoeld exploot draagt;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Aldus gewezen door mr. R.H.C. van Harmelen, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 april 2020 door mr. L. van Berkum, in tegenwoordigheid van de griffier.
De griffier
De kantonrechter