Conclusie
Nummer18/04967
De zaak
Bespreking van de middelen
eerste middelbehelst de klacht dat de bewezenverklaring van het onder 3 en 5 ten laste gelegde, mede in het licht van het in hoger beroep gevoerde verweer, onbegrijpelijk is, althans ontoereikend is gemotiveerd. Meer in het bijzonder bevat het middel verschillende klachten over het bewijs van de valsheid (feit 3) dan wel het valselijk opmaken (feit 5) van de in de bewezenverklaring genoemde facturen.
tweede middelbevat de klacht dat het hof zijn oordeel dat de verdachte wist dat de facturen bestemd waren voor het gebruik als waren deze echt en onvervalst (feit 3) en dat de verdachte het oogmerk had de facturen als echt en onvervalst te gebruiken (feit 5), mede in het licht van het in hoger beroep gevoerde verweer, ontoereikend heeft gemotiveerd.
derde middelbehelst de klacht dat het hof onder 5 heeft bewezen verklaard dat de verdachte en zijn medeverdachten in strijd met de waarheid facturen valselijk hebben opgemaakt en vervalst, terwijl het hof de verdachte heeft vrijgesproken van het medeplegen van die feiten. Volgens de steller van het middel is sprake van een innerlijke tegenstrijdigheid.
vierde middelbehelst de klacht dat het hof onder meer heeft bewezen verklaard het doen plegen van het valselijk opmaken en vervalsen van facturen, terwijl doen plegen niet uit de bewijsvoering kan worden afgeleid.
vijfde middelbevat de klacht dat het hof het onder 3 bewezen verklaarde ten onrechte, althans met een ontoereikende motivering heeft gekwalificeerd als “opzettelijk een geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, voorhanden hebben, terwijl hij weet dat dit geschrift bestemd is, meermalen gepleegd”.
zesde middelbehelst de klacht dat het hof de bewezenverklaring van het onder 7 ten laste gelegde (deelneming aan een criminele organisatie) ontoereikend heeft gemotiveerd.
zevende middelbehelst de klacht dat het hof de strafoplegging onvoldoende heeft gemotiveerd.