ECLI:NL:HR:2008:BC7960
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- J.P. Balkema
- W.A.M. van Schendel
- W.M.E. Thomassen
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Cassatie over oogmerk gebruik vals geschrift bij declaraties medische verrichtingen
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba, waarin verdachte werd veroordeeld voor valsheid in geschrifte. Verdachte had over de periode 2001-2003 medische declaraties ingediend waarin hij codes gebruikte voor ballistocardiografisch onderzoek en hartminutenvolumebepaling, terwijl hij deze handelingen niet had verricht. Het geschil draaide om het vereiste oogmerk om het valselijk opgemaakte geschrift als echt en onvervalst te gebruiken.
De Hoge Raad overweegt dat het oogmerk zoals bedoeld in art. 230 SrA Pro uitsluitend ziet op het gebruik van het valse geschrift en niet op de valsheid zelf. Voor bewezenverklaring is beslissend of verdachte de bedoeling had het geschrift te gebruiken, ongeacht het opzet bij het vervalsen. Het hof had geoordeeld dat het oogmerk toereikend was gemotiveerd, ook al zou het uitvoeringsorgaan AZV op de hoogte zijn geweest van de wijze van declareren.
De verdediging stelde dat het uitvoeringsorgaan AZV niet misleid kon zijn omdat het van de declaratiemethode op de hoogte was en deze gedoogde. De Hoge Raad erkent dit, maar acht dit niet doorslaggevend voor het oogmerk. Het cassatieberoep wordt verworpen omdat geen onjuiste rechtsopvatting is vastgesteld en de bewezenverklaring voldoende is gemotiveerd.
De Hoge Raad bevestigt hiermee de strafrechtelijke uitleg van het oogmerk bij valsheid in geschrifte en de toepassing daarvan op medische declaraties, waarbij het gebruik als echt en onvervalst centraal staat, niet de valsheid zelf.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor valsheid in geschrifte bevestigd.