Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
eerste middelklaagt dat het hof het verzoek om aanhouding van de behandeling van de zaak ten onrechte en ontoereikend gemotiveerd heeft afgewezen, meer in het bijzonder omdat het hof geen belangenafweging heeft gemaakt.
Ik heb geen contact met mijn cliënt kunnen krijgen. Dat is voor mij de reden geweest om de betekeningsstukken op te vragen. Uit die stukken blijkt dat mijn cliënt niet op de hoogte is van de zitting van vandaag. Er is getracht een oproeping uit te reiken op het adres [a-straat 1] in [plaats] . Kennelijk is op dat adres gevraagd naar ene ‘ [naam] ’. Daarop is aangegeven dat die persoon niet op dat adres woonde. Maar cliënt heet [betrokkene] . Er is kennelijk iets misgegaan. De oproeping is dan ook nietig en de behandeling van de zaak moet worden aangehouden. Hopelijk kan er in de tussentijd een geslaagde betekening plaatsvinden of contact met cliënt worden gelegd.
niet-gemachtigde raadsman wel, kan deze laatste om aanhouding van de zaak verzoeken met het oog op de effectuering van het aanwezigheidsrecht van de verdachte of om alsnog een machtiging in de zin van artikel 279 Sv Pro te verkrijgen zodat de raadsman de zaak op tegenspraak kan voortzetten. [4] De bepalingen waarop een aanhoudingsverzoek kan worden gebaseerd, zijn op de voet van artikel 511g lid 2 Sv in verbinding met artikel 415 Sv Pro ook in ontnemingszaken in hoger beroep van toepassing. Ik ga er dan ook (vooralsnog) vanuit dat het door de Hoge Raad opgestelde beoordelingskader voor aanhoudingsverzoeken onverkort van toepassing is op ontnemingszaken.
onmachtmaar van
onwilom ter terechtzitting te verschijnen, vormt dat gegeven naar het oordeel van de Hoge Raad dus geen afzonderlijke grond voor de afwijzing van het verzoek om aanhouding, maar eventueel wel een (gewichtige) factor bij de belangenafweging. [7]
voorwaardelijkverzoek tot aanhouding van de zaak: als het openbaar ministerie voornemens is de ontnemingsvordering te wijzigen wil hij dat met de betrokkene kunnen bespreken en zal de zaak moeten worden aangehouden. Een wijziging van de vordering deed zich echter niet voor en daarom is dit punt hier niet relevant.
de oproeping dan ook nietig is en de behandeling van de zaak moet worden aangehouden”.
er vanuit[kan]
worden gegaan dat de oproeping de veroordeelde niet heeft bereikt.” Tegen de achtergrond van hetgeen hierboven met name onder randnummer 7 en 9 is opgemerkt, had het hof hieraan dus niet zonder belangenafweging voorbij kunnen gaan. [10]