AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Vernietiging arrest wegens verjaring van strafvordering voor wapendelicten en diefstal
De verdachte werd door het gerechtshof Arnhem bij verstek veroordeeld voor het bezit van een wapen van categorie I, poging tot diefstal met braak en diefstal met braak. De verjaringstermijn voor deze misdrijven bedraagt respectievelijk twaalf en zes jaar, vermenigvuldigd met twee vanwege de wettelijke regeling. De feiten vonden plaats in 2001 en 2002.
De Hoge Raad oordeelt dat sinds de dag na het gepleegde feit meer dan de dubbele verjaringstermijn is verstreken zonder dat een daad van vervolging is verricht die de verjaring heeft gestuit. De mededeling van het arrest aan de verdachte in 2018 kan niet als stuiting worden aangemerkt omdat er geen eerdere vervolgingsdaad in de twaalf jaar daarvoor was. Hierdoor is de strafvordering verjaard.
De Hoge Raad verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging en vernietigt het arrest van het hof, met uitzondering van het vonnis van de politierechter dat reeds vernietigd was. De tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf wordt daarmee ook beëindigd. De overige middelen van cassatie behoeven geen bespreking.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk wegens verjaring en vernietigt het arrest van het hof Arnhem.
Voetnoten
1.Het gaat om de zaken met de parketnummers 07/480026-02 (feiten 1 en 2) en 07/830120-01 (feit 3). De (originele) dagvaarding in de zaak met parketnummer 07/480026-02 bevindt zich niet bij de stukken. Een kopie van de desbetreffende dagvaarding is als bijlage II aan het bestreden arrest gehecht.
2.Artikel 55, eerste lid, WWM luidde van 11 juli 1997 tot 1 februari 2006: “Met gevangenisstraf van ten hoogste drie maanden of geldboete van de derde categorie wordt gestraft hij die handelt in strijd met (…) artikel (…) 13, eerste lid (…).”
3.Akte van uitreiking dagvaarding in de zaak met parketnummer 07/830120-01 van 26 september 2001.
4.Akte van uitreiking oproeping in de zaak met parketnummer 07/830120-01 van 15 juli 2002 en de akte van uitreiking oproeping in de zaak met parketnummer 07/480026-02 van 15 juli 2002.
5.Het proces-verbaal van de terechtzitting van de politierechter in de rechtbank te Zwolle van 19 augustus 2002 waarin het mondeling vonnis is aangetekend.
6.De akte van hoger beroep van 2 september 2002. In het uittreksel van de justitiële documentatie van 20 juli 2018 staat dat er in zaak met parketnummer 07/830120-01 op 2 september 2002 een rechtsmiddel is aangewend.
7.In de dagvaarding staat vermeld dat het onder meer gaat om de zaken met de parketnummers 07/830120-01 en 07/48006-02.
8.De akte van uitreiking van 26 maart 2003.
9.Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 22 mei 2003.
10.De akte van uitreiking van mededeling uitspraak van 27 maart 2018.
11.De akte van beroep in cassatie van 29 maart 2018.
12.De akte van aanzegging/kennisgeving van 21 september 2018.
15.Zie voor een opsomming van voorbeelden van daden van vervolging: de nota naar aanleiding van het verslag bij het wetsvoorstel dat heeft geleid tot de wet van 16 november 2005 (
16.Bij de stukken bevindt zich een e-mail van de afdeling Executie van het ressortsparket Arnhem-Leeuwarden van 27 maart 2018 om 10.39 uur aan de politie waarin staat vermeld dat het gerechtshof te Arnhem uitspraak heeft gedaan in de zaken tegen de verdachte en dat de wet voorschrijft dat de executie van de opgelegde straffen of maatregelen niet gestart kan worden als de verdachte/veroordeelde niet op de hoogte is van de uitspraak. Vervolgens wordt opgemerkt dat het openbaar ministerie sindsdien heeft geprobeerd om de uitspraak in persoon uit te reiken en dat dit is mislukt. De politie wordt verzocht om met spoed de mededeling uitspraak aan de verdachte in persoon uit te reiken. Diezelfde dag om 12.05 uur wordt de mededeling aan de verdachte betekend. De mededeling dat het openbaar ministerie sinds de uitspraak van het hof heeft geprobeerd de uitspraak aan de verdachte uit te reiken, wordt niet door stukken ondersteund, laat staan dat uit de stukken zou kunnen volgen dat een dergelijke poging gedurende twaalf jaren voorafgaand aan 27 maart 2018 heeft plaatsgevonden.