Conclusie
Het cassatieberoep
Bespreking van de cassatiemiddelen
Het eerste middel
eerste middelbevat de klacht dat het hof ten onrechte heeft bewezen verklaard dat de verdachte in de periode van 7 februari 2011 tot en met 27 februari 2013 heeft deelgenomen aan een criminele organisatie, aangezien uit de door het hof gebezigde bewijsmiddelen niet kan volgen dat de verdachte in die periode behoorde tot het samenwerkingsverband en een aandeel had in gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het in art. 140 Sr Pro bedoelde oogmerk, dan wel deze gedragingen heeft ondersteund.
- het in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk telen van een grote hoeveelheid van een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, zoals strafbaar gesteld in artikelen 3 onder B en/of C en of 11 lid 2, 3 en/of 5 van de Opiumwet en
- diefstal door middel van braak en/of verbreking van stroom, zoals strafbaar gesteld in de artikelen 310 en/of 311 lid 1 sub 5 van het Wetboek van Strafrecht;
Het tweede middel
tweede middelbevat de klacht dat de inzendtermijn in cassatie is overschreden.