Conclusie
eerste middelkeert zich tegen de verwerping van het door de verdediging in hoger beroep gevoerde verweer dat geen sprake is van ‘schuld’ (in de zin van aanmerkelijke onvoorzichtigheid) op grond van artikel 6 WVW Pro en de bewezenverklaring van ‘aan zijn schuld te wijten’ en ‘aanmerkelijk onvoorzichtig te rijden’.
primairdat verdachte niet de voor hem geldende normen heeft geschonden. Hij heeft gereden op de wijze zoals is voorgeschreven en op grond van wat hem is aangeleerd. Voorts is verdachte oplettend geweest en heeft hij steeds de verkeersveiligheid in acht genomen bij het oversteken van het kruispunt. Aldus kan niet worden bewezen dat verdachte aanmerkelijk onvoorzichtig heeft gereden;
subsidiairdat verdachte handelde conform een aan hem opgedragen opdracht van de sectiecommandant [001] , die bepaalt op welke wijze er moet worden gereden. Aldus gold voor verdachte een specifiek normenkader en binnen dat kader heeft verdachte alles gedaan wat binnen zijn mogelijkheden lag. Aldus kon in de gegeven omstandigheden niet van verdachte worden verwacht dat hij een normschending kon voorkomen;
meer subsidiairdat verdachte heeft voldaan aan de aanwijzing van sectiecommandant [001] om met aanzienlijke snelheid naar Bergeijk te rijden, wat met zich meebrengt dat verdachte de normen van de Brancherichtlijn en het RVV mocht overtreden. Aldus heeft verdachte het ten laste gelegde begaan ter uitvoering van een ambtelijk bevel, gegeven door het daartoe bevoegde gezag ex artikel 43 van Pro het Wetboek van Strafrecht.”
i. Feiten en omstandigheden
“een voor de mens levensbedreigende situatie die direct hulp van de betrokken hulpverleningsdiensten vergt",te weten een man die in Bergeijk dreigde één of meer personen met een vuurwapen neer te schieten. Vanwege het feit dat verdachte een voorrangsvoertuig bestuurde, mocht hij afwijken van de voorschriften gesteld in het RW.
De beoordeling
tweede middelklaagt dat het hof het verweer inhoudende dat de verdachte heeft gehandeld ter uitvoering van een bevoegd gegeven ambtelijk bevel (als bedoeld in art. 43 Sr Pro) ten onrechte, althans op onjuiste, onbegrijpelijke en/of toereikende gronden heeft verworpen.
“c. Meer subsidiair: ambtelijk bevel
Ambtelijk bevel
derde middelbehelst de klacht dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM Pro in cassatie is overschreden.