Conclusie
2.Bespreking van het cassatiemiddel
de klacht op p. 2 en 3, eerste alinea, van de procesinleidingheeft het hof art. 6, 8, 13 EVRM, art. 47 Handvest Pro grondrechten EU en art. 18 Gw Pro geschonden door het recht van [eiseres] tot toegang tot de rechter te beperken zonder dat is gebleken dat is voldaan aan de daarvoor op grond van rechtspraak van het EHRM geldende eisen, dat de beperking een gerechtvaardigd doel dient, geschikt is om dat doel te dienen en niet onevenredig is in verhouding tot dat doel. Het arrest van 1994 bevestigt dat de curandus procesbekwaam is in gevallen waarin sprake is van een conflict tussen de curandus en de curator ten aanzien van de verzorging of verpleging van de curandus. Het hof heeft [eiseres] haar procesbekwaamheid ontnomen, althans (onredelijk) bemoeilijkt, wat een schending is van het fundamentele rechtsbeginsel van toegang tot het recht omdat voor de uitoefening daarvan onontbeerlijk is dat [eiseres] de zaak met haar advocaat kan bespreken en met behulp van die advocaat een afweging van haar processuele positie en belangen kan komen.
met name op p. 3, eerste alinea, van de procesinleiding), heeft het hof niet miskend dat [eiseres] in een geval als dit procesbekwaam is, zoals ook blijkt uit het arrest van 1994, [6] en heeft het hof evenmin haar haar procesbekwaamheid ontnomen. Het hof heeft [eiseres] immers niet niet-ontvankelijk verklaard. In zoverre berust het middel op een onjuiste lezing van het bestreden arrest.
de klacht op p. 3, tweede alinea, van de procesinleidingdie – terecht – tot uitgangspunt neemt dat volgens het arrest van 1994 de curator tot een contactverbod bevoegd is als van vrij verkeer tussen advocaat en curandus een zo ongunstige uitwerking op die gezondheidstoestand is te vrezen dat dit verkeer met het oog op die uitwerking onverantwoord moet worden geacht.
op p. 3, onderaan, van de procesinleiding) dat een contactverbod slechts aan de orde is indien als gevolg van contact met zijn advocaat de gezondheidstoestand van een curandus in een kritieke, althans gevaarlijke toestand kan komen te verkeren.
de klacht op p. 3, derde alinea, van de procesinleidinggeeft het hof in rov. 3.6 een onjuiste toepassing aan de regel over het contactverbod van het arrest van 1994. Deze regel vereist dat
het verkeer tussen advocaat en curanduseen ongunstige uitwerking op de gezondheidstoestand van de curandus heeft en die ongunstige uitwerking onverantwoord moet worden geacht. De enkele omstandigheid dat een curandus gebaat is bij rust, is onvoldoende om aan te nemen dat is voldaan aan het criterium.
de klacht op p. 4, eerste en tweede alinea, van de procesinleidingis rov. 3.6 onvoldoende (inzichtelijk) gemotiveerd, omdat het hof niet antwoord op de essentiële stelling namens [eiseres] dat uit de verklaring van de huisarts niet kan volgen dat het contact met haar advocaat haar medische toestand heeft beïnvloed, waarbij zij heeft gewezen op de passage in de verklaring van de huisarts: “
Hoe [eiseres] gereageerd heeft op het bezoek van haar advocaat kan ik niet goed zeggen, omdat ik niet vlak na het bezoek aanwezig was.”
de klacht op p. 4, derde alinea, van de procesinleidingmiskent het hof dat conflicten tussen de dochters over de verblijfplaats van [eiseres] rechtens niet relevant zijn voor de vraag of is voldaan aan het criterium van vrees van onverantwoord contact tussen [eiseres] en haar advocaat. Het gaat (rechtens) niet om de conflicten tussen de dochters omtrent de verblijfplaats van [eiseres] , maar om datgene wat [eiseres] daaromtrent zelf wil. Het is de taak van de advocaat om [eiseres] te ondersteunen bij de waardering van haar belangen bij het conflict daaromtrent met de curator.
de klacht op p. 4, vierde alinea, en op p. 5 eerste alinea, van de procesinleidingis onbegrijpelijk en onvoldoende gemotiveerd de overweging dat de omstandigheid dat [eiseres] inmiddels is opgenomen in een verpleeghuis het oordeel over de gegrondheid van het contactverbod niet anders maakt.