ECLI:NL:HR:2004:AN8071
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- O. de Savornin Lohman
- A. Hammerstein
- E.J. Numann
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geen rechterlijke toetsing aan militair geweldsbeleid van de Staat
Verschillende vredesorganisaties vorderden in kort geding dat de Staat werd verboden medewerking te verlenen aan militair geweld door bondgenoten van de VS tegen personen die in verband worden gebracht met de aanslagen van 11 september 2001, tenzij de VN-Veiligheidsraad een mandaat gaf. Tevens wilden zij dat de Staat dit standpunt aan de VN zou mededelen.
De president van de rechtbank wees de vorderingen af, en het gerechtshof bekrachtigde dit oordeel. De vredesorganisaties stelden beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad oordeelde dat de bepalingen van het VN-Handvest, waaronder het geweldverbod, niet rechtstreeks afdwingbaar zijn door burgers voor de nationale rechter. Ook artikel 90 van Pro de Grondwet verplicht de regering tot bevordering van de internationale rechtsorde, maar geeft geen concrete handhavingsmogelijkheden aan burgers. Politieke afwegingen in het buitenlands beleid zijn niet aan de burgerlijke rechter ter toetsing.
De Hoge Raad verwierp het beroep en veroordeelde de eisers in de proceskosten. Hiermee werd bevestigd dat het militair geweldsbeleid van de Staat niet door burgers via civiele procedures kan worden aangevochten.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het beroep en bevestigde dat het militair geweldsbeleid van de Staat niet door burgers via de burgerlijke rechter kan worden getoetst.