Conclusie
3.Bewezenverklaring en bewijsvoering
6.Het eerste middel
Strafbaarheid van de verdachte
14.Het tweede middel
21.Het derde middel
Verzoek horen getuige
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld voor poging tot zware mishandeling, met een taakstraf van zestig uur, te vervangen door dertig dagen hechtenis bij niet-naleving. Het hof stelde vast dat de verdachte de benadeelde tweemaal met een steen op het achterhoofd sloeg, zonder dat sprake was van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding die het noodweer- of noodweerexcesverweer kon rechtvaardigen.
De verdachte voerde in hoger beroep aan dat zij handelde uit noodweer of noodweerexces, omdat zij zich zou hebben verdedigd tegen een aanval van de benadeelde. Het hof verwierp dit verweer op grond van verklaringen van partijen, getuigen en videobeelden, waaruit bleek dat de benadeelde gebukt stond en de verdachte bewust handelde uit wraak of vergelding.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof dat sprake was van (voorwaardelijk) opzet op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel, gelet op de zwaarte van het gebruikte voorwerp en de wijze van toebrengen van de slagen. Daarnaast verwierp de Hoge Raad de klachten over de afwijzing van het verzoek tot het horen van een getuige, omdat het hof voldoende gemotiveerd had dat het verzoek niet noodzakelijk was.
Hoewel de redelijke termijn in cassatie werd overschreden door late indiening van stukken, leidde dit niet tot vermindering van de straf. De Hoge Raad stelde vast dat geen gronden voor vernietiging aanwezig waren en verwierp het cassatieberoep, behoudens de constatering van termijnoverschrijding.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling voor poging tot zware mishandeling en verwerpt het beroep op noodweer en noodweerexces.