Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
eerste middelbehelst de klacht dat het hof een onjuiste maatstaf heeft gehanteerd bij de verwerping van het verweer dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vervolging, althans dat het hof de verwerping van dat verweer heeft gestoeld op gronden die deze beslissing niet kunnen dragen.
(…)
De uitspraak die ik u heb voorgehouden is een één op één situatie met de onderhavige zaak. Het openbaar ministerie gaat gewoon door met het plaatsen van de peilbakens. De uitspraak had bij het openbaar ministerie bekend moeten zijn. Er is in de aangehaalde zaak ook geen cassatie ingesteld.”
“De ontvankelijkheid van het openbaar ministerie
Standpunt verdediging
Tijdens de zitting van het hof heeft de raadsman bepleit dat het openbaar ministerie niet- ontvankelijk dient te worden verklaard in de vervolging. Hij heeft hiertoe aangevoerd dat uit het arrest ECLI:NL:GHARL:2016:10593 blijkt dat het hof geoordeeld heeft dat de inzet van een peilbaken zoals in het onderhavige geval niet gebaseerd kan worden op artikel 3 van Pro de Politiewet 2012. Door het ‘project peilbaken’ is er sprake geweest van een wetschending met een structureel karakter. Het openbaar ministerie was op de hoogte van deze schending. Desondanks is men doelbewust doorgegaan met het plaatsen van peilbakens in het geval er een vermoeden is dat een persoon een voertuig bestuurt zonder dat hij een (geldig) rijbewijs heeft.
(…)
Oordeel hof
Het verweer wordt verworpen.”
tweede middelbevat de klacht dat het hof het verweer dat de inzet van een peilbaken in de onderhavige zaak in strijd is met de vereisten van proportionaliteit en subsidiariteit, ontoereikend gemotiveerd heeft verworpen.
6. Dat zijn dwingende voorschriften, waarbij de subsidiariteit gebiedt dat als “met een lichtere ingreep kan worden volstaan, daarvoor gekozen moet worden”. Maar zelfs als het uit subsidiariteitsoogpunt gerechtvaardigd is, moet dat ingrijpen alsnog achterwege blijven als geen redelijke verhouding bestaat tussen het beoogde doel en de wijze van opsporing.
(…)
Oordeel hof