Conclusie
onderde (inmiddels verwijderde) tegelmuur voor zover deze aan de zijde van [eiser] van de kadastrale grens ligt. Voorts oordeelt het hof dat het beroep van [eiser] op extinctieve verjaring met betrekking tot een strook grond achter de garage van [verweerders], faalt. [eiser] komt op tegen deze oordelen. Verder richt hij klachten tegen de beslissing dat hij op grond van art. 5:49 BW Pro medewerking moest verlenen aan de plaatsing van een nieuwe schutting en de helft van de kosten van die schutting dient te voldoen.
1.Feiten en procesverloop
2.Bespreking van het cassatiemiddel
gemeente Heusdenoverwoog de Hoge Raad in een
obiter dictumdat de voormalige rechthebbende na voltooiing van de extinctieve verjaring een vordering uit hoofde van onrechtmatige daad kan instellen tot betaling van schadevergoeding of tot teruglevering van de wederrechtelijk in bezit genomen grond (art. 6:103 BW Pro). [13]
onderde tegelmuur. Het hof heeft geen feiten vastgesteld waaruit volgt dat de grond onder de tegelmuur voor [verweerders] beter toegankelijk of bruikbaar was dan voor [eiser]. [25] Het bouwen van de tegelmuur brengt dan ook als zodanig niet mee dat [verweerders] de feitelijke macht over de ondergrond zijn gaan uitoefenen.
subonderdeel II onder bis onbegrijpelijk dat het hof de grief heeft verworpen die is gericht tegen de afwijzing van de vordering om voor recht te verklaren dat de strook grond achter de garage van [verweerders] in het verlengde van de tegelmuur door extinctieve verjaring eigendom van [eiser] is geworden. Het hof zou niet zijn ingegaan op hetgeen [eiser] in dit verband heeft gesteld.
rechtsvorderingin te stellen. De verplichting om mee te werken en mee te betalen aan de oprichting van een scheidsmuur op de erfgrens vloeit voort uit de wet en bestaat dus ook zonder voorafgaande rechterlijke uitspraak.