Conclusie
Het eerste middelklaagt over de bewezenverklaring van feit 2. De verwerping van een bewijsverweer is volgens de steller van het middel ontoereikend gemotiveerd.
tweede middelklaagt dat de veroordeling door de rechtbank van verdachte voor feit 3 onverenigbaar is met de vrijspraak van de veronderstelde mededader, [medeverdachte 3] van hetzelfde feit. Voorts betoogt het middel dat de bewezenverklaring ook onbegrijpelijk is gemotiveerd omdat de bewijsmiddelen niet uitsluiten dat het WhatsAppgesprek van bewijsmiddel 5 ziet op een andere woninginbraak.
derde middelklaagt dat het hof door het vonnis te bevestigen niet in het bijzonder de redenen heeft opgegeven die het hof hebben geleid tot afwijking van het uitdrukkelijk onderbouwd standpunt dat in de pleitnota van hoger beroep is verwoord en dat erop neerkomt dat het WhatsAppgesprek geen betrekking had op het tenlastegelegde feit en er overigens ook geen bewijsmiddelen zijn waaruit de betrokkenheid van verdachte bij dit feit kan volgen.
vierde middelklaagt over de strafmotivering. Het hof heeft het vonnis van de rechtbank bevestigd inclusief de strafmotivering. Die motivering voldoet volgens de steller van het middel niet aan de eisen van het zesde lid van artikel 359 Sv Pro.